Waarderingskamer

Reactie op WODC rapport over no cure no pay in WOZ-domein

Reactie Waarderingskamer op rapport WODC

De Waarderingskamer heeft kennis genomen van het onderzoek dat Pro Facto en Breuer Intraval in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gedaan naar het functioneren van no-cure-no-pay-bedrijven bij het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures over WOZ-waarden. Dit onderzoeksrapport is onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. Aanbiedingsbrief en rapport kunnen gedownload worden van de site van de Tweede Kamer.

Veel belanghebbenden vinden het inschakelen van een no-cure-no-pay-bureau de eenvoudigst oplossing, wanneer ze vragen hebben over de WOZ-waarde of denken dat deze mogelijk onjuist is. Ondanks inspanningen van gemeenten, uitvoeringsorganisaties en anderen om de WOZ-waarden zo begrijpelijk mogelijk uit te leggen en om snel en informeel contact te bieden ("de beller is sneller"), is voor deze belanghebbenden de weg naar een no-cure-no-pay-bureau eenvoudiger, dan naar de gemeente zelf. De onderzoekers zien de dienstverlening van deze bureaus vooral als positief, waarbij naar hun mening deze baten opwegen tegen de maatschappelijke kosten.

Op basis van de cijfers van de Waarderingskamer geven de onderzoekers aan dat de jaarlijkse maatschappelijke kosten van de no-cure-no-pay-dienstverlening circa € 12 miljoen bedragen aan vergoedingen die gemeenten en uitvoeringsorganisaties betalen aan de genoemde bureaus. Daar komt naar verwachting ten minste een vergelijkbaar bedrag bij aan overige maatschappelijke kosten om deze procedures zorgvuldig af te handelen. Het onderzoek geeft geen inzicht in de verhouding tussen de bedragen die de no-cure-no-pay-bureaus van gemeenten en uitvoeringsorganisaties ontvangen en de door hen gemaakte kosten. Hierdoor bestaat dus ook geen zicht of deze kosten vooral bestaan uit administratie, juridische inzet, taxatiewerkzaamheden of marketingkosten en kan dus ook geen conclusie worden getrokken over de vraag of men de kosten redelijkerwijs heeft moeten maken voor deze procedure (proportionaliteit). Wel geven de onderzoekers aan dat de fase "hoorzitting" in de bezwaarfase een groot deel van de geschetste kosten veroorzaakt, terwijl deze hoorzitting nagenoeg niets toevoegt aan de zorgvuldigheid van de procedure.

Hoewel  de onderzoekers aangeven anekdotisch bewijs te vinden voor handelingen die gericht lijken op ‘profiteren’ van bestaande wet- en regelgeving, is de algehele indruk dat dit bij de WOZ niet kenmerkend is voor het grootste deel van de no-cure-no-pay-bedrijven. Wanneer massaal wordt gewaardeerd, is het niet bijzonder dat er zich in bezwaar en beroep vragen en problemen voordoen bij een beperkt percentage van de woningen, aldus de conclusie. Ondanks incidentele misstanden rond het werven van klanten en risico's voor belanghebbenden wanneer zij de opdracht aan een no-cure-no-pay-bedrijf willen beëindigen, zijn de onderzoekers hoofdzakelijk positief over de invloed van de bedrijven op de rechtsbescherming rondom de WOZ-waarde.

De Waarderingskamer is van mening dat met dit rapport nog zeker niet alle vragen zijn beantwoord rondom no cure no pay in het WOZ-domein. Die vragen waren de aanleiding waarom de Waarderingskamer in De Staat van de WOZ in 2018 aan de Staatssecretaris van Financiën gevraagd heeft om een dergelijk onderzoek. Met betrokken partijen zullen we de komende tijd kijken of ook inzicht kunnen krijgen in het antwoord op de resterende vragen.

De uitkomsten van dit onderzoek veranderen vooralsnog niets aan de visie van de Waarderingskamer dat extra aandacht moet uitgaan naar een begrijpelijke uitleg van de WOZ-waarden voor verschillende doelgroepen en informeel contact daarover. Een aantal trajecten die al lopen om de begrijpelijkheid en daarmee ook de acceptatie van de WOZ-waardebepaling te vergroten, zal verder worden geïntensiveerd. Hierbij onderscheiden wij drie sporen.

  1. Het eerste spoor richt zich op het uitleggen van de wijze waarop een herwaardering is uitgevoerd, inclusief de uitgevoerde kwaliteitszorg en de bereikte resultaten. De eerste uitvoeringsorganisaties publiceren dit jaar al een "verantwoordingsdocument" over de uitgevoerde herwaardering en zullen dit gaan inzetten in procedures over de WOZ-waarden. Dit document richt zich vooral op professioneel betrokkenen, waaronder bijvoorbeeld ook de gemeenteraad en de rechterlijke macht. De Waarderingskamer rekent erop dat de komende jaren gemeenten jaarlijks een dergelijk verantwoordingsdocument beschikbaar zullen hebben.
  2. Voor het tweede spoor werken wij aan een meer begrijpelijke directe toelichting op de WOZ-waarde van de eigen woning. Die toelichting bestaat nu al 25 jaar uit een statisch taxatieverslag. Met betrokken partijen wil de Waarderingskamer in 2021 werken aan een moderner taxatieverslag voor belanghebbenden, bijvoorbeeld met gebruikmaking van technische mogelijkheden van bijvoorbeeld smartphones, een meer dynamische en daarmee overtuigende onderbouwing te geven die aansluit op individuele informatiebehoeften. De Waarderingskamer hoopt hiermee te werken aan meer vertrouwen in de juistheid van de WOZ-waarde en tegelijkertijd meer efficiency doordat minder belanghebbenden behoefte hebben aan het indienen van een bezwaarschrift tegen de WOZ-beschikking, al-dan-niet met behulp van een no-cure-no-pay-bedrijf.
  3. Het derde spoor is het verder stimuleren van informele contacten tussen belanghebbenden en de gemeente of uitvoeringsorganisatie. We zien dat veel gemeenten en uitvoeringsorganisaties hier al resultaten mee boeken. Het hebben van informeel contact vooral voordat er sprake is van een vastgestelde WOZ-waarde en een aanslagbiljet, helpt om de betrokkenheid van belanghebbenden te vergroten. Het meer uniform inrichten van het vooraf afstemmen van gegevens en ook van een "voormelding" van de waarde kan de vindbaarheid van deze contactmogelijkheid voor belanghebbenden vergroten.