Waarderingskamer

04 WOZ Journaal November 2016

Nieuwsbrief Waarderingskamer over de Wet Waardering Onroerende Zaken

In deze nieuwsbrief aandacht voor de openbaarheid van de WOZ-waarde. Het WOZ-waardeloket is sinds 1 oktober 2016 open en er wordt veel gebruik van gemaakt. In de eerste maand hebben zeker 250.000 bezoekers WOZ-waarden bekeken. Daarnaast staan ook de alternatieve voorzieningen van gemeenten die nog niet zijn aangesloten op de Landelijke Voorziening WOZ in de belangstelling. Mede door de belangstelling voor het WOZ-waardeloket is het bij de LV WOZ momenteel druk met gemeenten die hun aansluittoets willen halen en de definitieve aansluiting willen realiseren.

Maar zoals uit dit WOZ-journaal blijkt gebeurt er veel meer. Daarom bijvoorbeeld ook aandacht voor de WOZ-benchmark en het taxeren van woningen op basis van de gebruiksoppervlakte.

Openbaarheid WOZ-waarde: WOZ waardeloket

Gebruikstatistieken

Sinds 1 oktober 2016 is het zo ver. Het WOZ-waardeloket kan door burgers worden geraadpleegd. De eerste twee weken waren er ruim 155.000 bezoekers bij het loket, waarvan ruim 143.000 unieke bezoekers. Per 28 november 2016 zijn de gegevens van 149 gemeenten te raadplegen op het loket en hebben meer dan 300.000 mensen een bezoek gebracht aan het WOZ-waardeloket.

Op 10 oktober 2016 heeft Minister Plasterk het WOZ-waardeloket officieel geopend. Hij heeft dit gedaan door lopend door Rotterdam op een tablet WOZ-waarden van woningen te bekijken waar hij langs liep. Op deze dag bezochten, mede door een persbericht van de Vereniging Eigen Huis over het WOZ-waardeloket, meer dan 20.000 mensen het WOZ-waardeloket.

Hoewel het WOZ-waardeloket nu minder media-aandacht krijgt, raadplegen toch elke dag enkele duizenden bezoekers waarden van één of meer woningen. Naar verwachting zal in januari tot en met maart volgend jaar, wanneer belanghebbenden de nieuwe WOZ-waarde ontvangen hebben, het aantal bezoekers per dag veel hoger liggen.

De beschikbaarheid van WOZ-waarden in het WOZ-waardeloket leidt tot veel positieve reacties. Zoals verwacht leiden de beschikbare gegevens soms ook tot vragen. Bijvoorbeeld waarom op de kaart een pand nu wel of niet gekoppeld is aan een WOZ-object of waarom bepaalde waarden niet zichtbaar zijn. Natuurlijk ontstaan er ook vragen over de onderlinge waardeverschillen tussen woningen die nu via het WOZ-waardeloket zichtbaar worden. Het is primair de desbetreffende gemeente die deze vragen kan beantwoorden en die daardoor ook signalen ontvangt over mogelijke onwaarschijnlijkheden die het uitzoeken waard zijn. Op die manier kan transparantie voor de burgers ook bijdragen aan kwaliteitsverbetering.

Voortgang aansluiten op LV WOZ

Op 28 november 2016 zijn 154 gemeenten aangesloten op de LV WOZ. Dat betekent dat bijna 40% van de WOZ-objecten beschikbaar is in de LV WOZ. Daarnaast zijn 14 gemeenten geslaagd voor de aansluittoets en bezig met het definitief laden van de gegevens in de LV WOZ.

Veel andere gemeenten zijn ook bezig met de aansluittoets of met de voorbereiding daarop. Men wil immers graag bereiken dat de gegevens beschikbaar zijn in de LV WOZ en daarmee in het WOZ-waardeloket, voordat in februari volgend jaar de nieuwe WOZ-waarden bekend worden gemaakt. De planning voor het aansluiten van gemeenten op de LV WOZ staat op onze site. Uit deze planning blijkt dat de meeste gemeenten voor 1 juli 2017 denken aangesloten te zijn. De aanjager voor het aansluiten van gemeenten op de LV WOZ concentreert zijn aandacht op gemeenten die nog geen exacte planning hebben en op gemeenten die een planning hanteren die uitkomt na 1 juli 2017. Op deze manier zijn de inspanningen erop gericht rond 1 juli 2017 alle gemeenten aangesloten te hebben.

Tussen het moment waarop een gemeente is aangesloten op de LV WOZ en het moment waarop de waarden van woningen ook zichtbaar zijn op het WOZ-waardeloket zit gemiddeld circa tien dagen. Eenmaal per week worden de relevante gegevens uit de LV WOZ gehaald en verwerkt in de database van het WOZ-waardeloket. Dit proces van ophalen en verwerken van de gegevens, duurt ongeveer een week.

Het is merkbaar dat ondersteunende partijen zoals de WOZ-softwareleveranciers en de leveranciers van digikoppelingsadapters inmiddels meer ervaring hebben met het aansluiten op de LV WOZ. Daardoor lopen sommige aansluitingen zeer soepel. Toch vergt iedere aansluiting aandacht.

Het belangrijkste aandachtspunt is en blijft de kwaliteit van de gegevens. De LV WOZ stelt met het oog op het gebruik van WOZ-gegevens door diverse afnemers hoge eisen aan de consistentie van de gegevens. Dat geldt met name ook voor de relaties naar kadastrale percelen en appartementen, naar de belanghebbenden (systematisch gebruik van het burgerservicenummer en het RSIN) en naar de BAG-objecten. De tools die softwareleveranciers beschikbaar hebben om de kwaliteit in beeld te brengen, leiden met regelmaat tot veel werk voor noodzakelijk herstel. Wanneer dit herstel niet tijdig gereed is, loopt het aansluiten op de LV WOZ vertraging op.

Een element dat soms vergeten wordt bij het beoordelen van de kwaliteit van de gegevens is de waterschapscode. In de LV WOZ staat bij ieder WOZ-object aangegeven in welk waterschap het WOZ-object is gelegen. Die aanduiding is zeer belangrijk in de LV WOZ. Want alleen het gekoppelde waterschap mag de gegevens over het betreffende WOZ-object raadplegen en de mutaties komen in het Stuf-WOZ bestand voor dat waterschap. Met regelmaat wordt bij de aansluittoets geconstateerd dat de gemeente niet alle WOZ-objecten heeft gekoppeld aan het juiste waterschap of dat er een niet bestaande waterschapscode wordt gebruikt. Dit is duidelijk een aandachtspunt dat gemeenten moeten meenemen in de voorbereiding op de aansluittoets.

Verder wordt een aansluiting op de LV WOZ ook nog regelmatig gehinderd door problemen met het berichtenverkeer op basis van digikoppeling. De digikoppeling standaard moet waarborgen dat de berichten veilig en zeker worden verstuurd. Dat betekent dat het verkeer ook aan beide kanten (LV WOZ en gemeente) goed moet aansluiten op de beveiligingsinstellingen van de informatiesystemen. Zo moet bijvoorbeeld de firewall van de gemeente wel het "heen-en-weer-verkeer" met de LV WOZ doorlaten. Het is gebeurt dat net voor, of tijdens het aansluiten de instellingen van de firewall worden gewijzigd, waardoor bijvoorbeeld de foutmeldingen en bevestigingen vanuit de LV WOZ niet meer bezorgd kunnen worden bij een gemeente.

We wijzen bronhouders er nadrukkelijk op dat het belangrijk is dat in hun organisatie de continuïteit van de beschikbaarheid van de digikoppeling adapter en de continuïteit van de verbinding met de LV WOZ gewaarborgd blijft. Met enige regelmaat, bijvoorbeeld wanneer een afnemer meldt dat men een leeg Stuf-WOZ bestand heeft ontvangen, vraagt de LV WOZ of het klopt dat een bronhouder al enige tijd geen mutaties heeft aangeleverd aan de LV WOZ. Vaak blijkt dan dat de berichten voor de LV WOZ zijn blijven steken in de digikoppelingadapter, omdat deze om enige reden niet meer actief is. Naast het waarborgen dat de digikoppeling in zijn geheel actief is, is het ook belangrijk dat de persoon die is aangewezen als de functioneel beheerder van de digikoppelingadapter bij de gemeente, inzicht heeft in de berichten die om wat voor reden niet afgeleverd kunnen worden. Voor elk bericht dat wordt verzonden aan de LV WOZ, wordt aan hem een bevestiging gestuurd. Wanneer geen bevestiging wordt ontvangen, is duidelijk dat het bericht niet bij de LV WOZ is aangekomen en dat de verantwoordelijke medewerker dus nadere actie moet ondernemen. Het is dus aan de kant van de gemeente van belang dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.

Taxeren woningen op gebruiksoppervlakte

In onze nieuwsbrief van augustus 2016 hebben wij al aandacht besteed aan het taxeren van woningen door gebruik te maken van de gebruiksoppervlakte. Op 8 september 2016 heeft de Waarderingskamer besloten dat het taxeren van woningen op gebruiksoppervlakte verplicht wordt. Om te zorgen voor een soepele overgang is daarbij wel besloten om een overgangsperiode van vijf jaar te hanteren, Dat betekent dat het vanaf 1 januari 2022 verplicht is dat de WOZ-taxaties van woningen zijn gebaseerd op de gebruiksoppervlakte. Dat lijkt ver weg, maar het betekent dat er een overgangsperiode is van vijf jaar (2017-2021). Die overgangsperiode is erg belangrijk, omdat het zorgen dat de WOZ-administratie tijdig beschikt over betrouwbare gebruiksoppervlakten voor alle relevante WOZ-deelobjecten bij woningen. Dat kan mooi samenlopen met de reguliere controles van de (primaire) objectkenmerken van alle woningen. 

Voor het taxeren van woningen in het kader van de Wet WOZ is de grootte één van de belangrijkste primaire objectkenmerken. Op dit moment passen gemeenten voor het meten en registreren van de grootte van woningen verschillende meetvoorschriften toe. Hoewel een deel van de gemeenten hiervoor de gebruiksoppervlakte toepast, hanteren de meeste gemeenten nog de bruto inhoud als maatstaf. Er zijn echter belangrijke motieven om de voorkeur te geven aan de gebruiksoppervlakte bij het taxeren van woningen:

  • Op de woningmarkt wordt door makelaars, (ver)kopers, (ver)huurders en taxateurs vrijwel uitsluitend uitgegaan van de gebruiksoppervlakte. Dit komt ook tot uitdrukking in advertenties, bijvoorbeeld op Funda. Makelaars hanteren daarbij het meetvoorschrift dat VNG en Waarderingskamer hebben afgesproken met de diverse brancheorganisaties van makelaars en taxateurs.
  • De gebruiksoppervlakte is geregistreerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en wordt door de overheid mede daardoor steeds vaker gebruikt.
  • In het WOZ-waardloket wordt de WOZ-waarde van een woning getoond in combinatie met de gebruiksoppervlakte (en het bouwjaar) uit de BAG. Wanneer de BAG-oppervlakte onjuist of onnauwkeurig is kan dit tot vragen leiden. Wanneer in het kader van de WOZ getaxeerd wordt op gebruiksoppervlakte is het eenvoudiger om te zorgen dat ook de in de BAG geregistreerde gebruiksoppervlaktes voldoende kwaliteit hebben.
  • Toenemende uniformering bij de uitvoering van de WOZ-taxaties, waardoor bijvoorbeeld ondersteunende hulpmiddelen en de interactie over gebruikte gegevens met belanghebbenden meer uniform en daardoor goedkoper kunnen zijn.

Zelfevaluatie in plaats van voortgangsinventarisatie

Per 1 januari 2017 treedt de nieuwe Waarderingsinstructie in werking. Met deze Waarderingsinstructie worden een aantal veranderingen ingevoerd. Eén van die veranderingen is dat de "voortgangsrapportages" worden vervangen door "het rapporteren over zelfevaluaties".

Het uitgangspunt blijft daarbij dat in april en oktober en na de controle van de nieuwe taxatiewaarden aan de Waarderingskamer wordt gerapporteerd. De inhoud van die rapportages aan de Waarderingskamer verandert. In de voortgangsrapportages hebben gemeenten de afgelopen jaren steeds belangrijke kengetallen aangeleverd, en de Waarderingskamer kon zich dan op basis van die kengetallen een beeld vormen van de situatie in de betreffende gemeenten.

Bij de zelfevaluaties gaat dat anders. Een zelfevaluatie betekent dat een gemeenten of andere uitvoeringsorganisatie zelf een onderzoek doet naar een bepaald aspect van de WOZ-uitvoering. Dat doet de gemeente bijvoorbeeld aan de hand van een beoordelingsprotocol. Die zelfevaluatie leidt dan tot conclusies. Bijvoorbeeld conclusies over wat goed ging en wat verbetering behoeft. Voor de onderwerpen waar men als organisatie verbetering wil, zal men moeten nadenken over de te treffen maatregelen. Het rapporteren over een zelfevaluatie betekent dan ook vooral het rapporteren over de getrokken conclusies en de maatregelen die in gang zijn gezet.

In april 2017 zal de eerste rapportage over de gedane zelfevaluatie door gemeenten aan de Waarderingskamer gedaan moeten worden. De inhoud van de rapportage voor april staat volledig weergegeven in de Waarderingsinstructie. Ten opzichte van de voortgangsinventarisaties in het verleden bestaat het rapporteren over een zelfevaluatie veel meer uit "open vragen". Men kan hier gemakkelijk de conclusies en maatregelen heen kopiëren die men bijvoorbeeld heeft verwoord in een beoordelingsprotocol of in een managementrapportage.

Het uitgangspunt van digitale aanlevering blijft ook bij het rapporteren over de zelfevaluaties.

Audits Benchmark WOZ

In september van dit jaar is de Waarderingskamer gestart met het faciliteren van benchlearning bijeenkomsten rondom de WOZ.

In koppels van twee of drie vergelijkbare gemeenten en/of meer samenwerkingsorganisaties worden de cijfers uit de benchmarkvragenlijst onderling vergeleken en geverifieerd. Dit blijkt vaak het startpunt om met elkaar ervaringen uit te wisselen over alle aspecten van de WOZ, in de ruimste zin van het woord.

Tot nu toe zijn er ongeveer tien van dit soort gesprekken geweest. Het blijkt een succes.
De gemeenten Bernheze, Geertruidenberg en Zaltbommel zijn bijvoorbeeld het gesprek met elkaar aangegaan op basis van de door hen zelf aangedragen benchmarkgegevens. Zij geven aan, dat zij dit hebben ervaren als een leuke en leerzame bijeenkomst.
“Het is goed om erachter te komen hoe de verschillen tussen de drie gemeenten kunnen worden verklaard en bij elkaar te kijken hoe het er in de andere gemeente aan toe gaat. We zijn voornemens om begin volgend jaar, voor het invullen van de benchmark voor 2016, opnieuw bij elkaar te komen om zo een meer uniforme invulling te geven aan de benchmark”.

Volgend jaar gaan we door met het organiseren van deze audits en we hopen dat ook andere uitvoeringsorganisaties zich voor deze audits opgeven. Dit kan men doen door dit in de benchmarkvragenlijst van volgend jaar aan te geven. Met elkaar maken we de benchmark WOZ beter, leuker en leerzamer.

Gegevenslevering Belastingdienst

Nog niet alle gemeenten zullen het hele jaar 2017 zijn aangesloten zijn op de LV WOZ. Zolang een gemeente niet is aangesloten op de LV WOZ is zij zelf verantwoordelijk voor een adequate informatielevering aan de afnemers (Stuf-WOZ - en Stuf-CAP bestanden). Voor het verzenden van bestanden aan de Belastingdienst geldt een procedure met gebruik van door de Belastingdienst verstrekte BAR-codes.

Daarom heeft de Belastingdienst ook voor 2017 weer een strikt schema opgesteld dat alleen van belang is zolang een gemeente niet is aangeloten op de LV WOZ.

Na aanlevering van het bestand met de laatste mutaties over 2016, kunnen er nog mutaties worden aangeleverd over een verstreken WOZ-tijdvak. Gemeenten dienen hierover zelf contact op te nemen met de Belastingdienst en kunnen op aanvraag een aanlevernummer (+ barcode) ontvangen voor het aanleveren van deze mutaties.

Versturen uitnodiging 2016PeriodeOntvangen vóór:
1 november 2016Oktober 201615 november 2016
16 december 2016

Laatste mutaties over 2016

23 januari 2017 (38 dagen)
2017
3 januari 2017Initieel 1-1-201724 februari 2017
3 april 2017Mutaties 1e kwartaal 201717 april 2017
1 mei 2017April 201715 mei 2017
1 juni 2017Mei 201715 juni 2017
3 juli 2017Juni 201717 juli 2017
1 augustus 2017Juli 201715 augustus 2017
1 september 2017Augustus 2017

15 september 2017

2 oktober 2017September 201716 oktober 2017
1 november 2017Oktober 201716 november 2016
1 december 2017November 201715 december 2017
15 december 2017

Laatste mutaties over 2017

December 2017

22 januari 2018 (38 dagen)
2018
3 januari 2018Initieel 1-1-201824 februari 2018

Integraal gegevensbeheer is belangrijk bij de gemeente Venray!

De meeste Nederlandse gemeenten streven er naar om te bezuinigen op de kosten van het ambtelijk apparaat. Investeren in o.a. geïntegreerd beheer van (basis)registraties (objectenregistratie) kan daarbij helpen. In de gemeente Venray is hier een begin mee gemaakt. De WOZ speelt in dit concept van geïntegreerd gegevensbeheer een belangrijke rol. Rudolf van Summeren wil ons hier wat meer over vertellen.

Bouw een huis en begin met het fundament!

Ik vergelijk de huidige situatie bij de meeste overheden wel eens met het bouwen van een huis. “Als je een huis gaat bouwen, moet je ook een duidelijk ontwerp en een bestek hebben. Dan pas ga je bouwen. Kleine aanpassingen kunnen dan nog wel gedurende het traject, maar ingrijpende wijzigingen kosten veel tijd en geld. Op dit moment zijn veel gemeenten aan het bouwen aan hun informatiehuishouding. Maar tegelijkertijd worden er nog ingrijpende wijzigingen doorgevoerd in het ontwerp. Daar moeten we vanaf. We moeten beginnen met een goede visie, met een duidelijke stip op de horizon. Daarmee gaan we aan de slag en daar wijken we een ‘redelijke’ periode niet meer vanaf. In Venray hebben we dat op die manier opgepakt.

Om die gezamenlijke lange termijn visie te krijgen, moeten de verschillende belangen van tafel. Het blijft belangrijk om steeds weer te verwijzen naar het uiteindelijke doel door nut en noodzaak uit te leggen. Dat betekent onder meer dat je veel integraler moet gaan werken. Je moet gaan denken in ketens, zeker wanneer je als gemeente ook nog eens flink moet bezuinigen. Het moet en kan goedkoper. Gegevenshuishouding is bij de gemeenteraad en het College geen sexy onderwerp, maar ze moeten wel beseffen dat het veel voordeel op kan leveren.”

 

Dienstverlening Venray

Ik ben overtuigd dat men binnen de overheid moet bouwen aan een breed gedragen fundament. Door in de organisatie te werken met één gegevenshuis voor alle kern- en basisregistraties, kunnen de reeds bekende gegevens binnen de overheid eenvoudig met elkaar gedeeld worden en kan de overheid efficiënter opereren en haar dienstverlening verbeteren. Wanneer de basisgegevens van goede kwaliteit zijn, zullen vervolgprocessen efficiënter verlopen.

In de afgelopen jaren is ook gebleken dat lokale kennis de kwaliteit van gegevens ten goede komt. Daarom zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor gegevens zoals BAG, WOZ en BGT. Door alle gegevens binnen de gemeente te centraliseren worden we als organisatie wendbaar. Het dient als fundering voor alles wat in de toekomst nog gaat komen. Op dit moment zien we dat de Omgevingswet op ons af komt en maar morgen is het weer wat anders. Met een goed doordachte integrale gegevenshuishouding kunnen we die veranderingen wel aan.

Het nieuwe werken
Een nieuwe manier van werken?

Een gegevenshuis gebaseerd op het Referentiemodel voor het Stelsel van Gemeentelijke BasisGegevens (RSGB) en gebruik van actuele StUF-standaarden maken het voor gemeenten mogelijk om verder te kijken dan alleen het efficiënt uitvoeren van één bepaald proces. Veel gemeenten proberen de organisatie te stroomlijnen door steeds één proces door te lichten. Men kijkt dan hoe men geïsoleerd bijvoorbeeld proces A zo efficiënt (lees: goedkoop) mogelijk kan uitvoeren. Men komt dan mogelijk tot de keuze voor outsourcen of het aangaan van een samenwerkingsverband. Dit kan echter leiden tot minder efficiënte processen B of C, omdat dan de integratie van werkzaamheden wordt bemoeilijkt. Het op een bepaalde manier inrichten van proces A kan ertoe leiden dat de combinatie van processen A, B en C onmogelijk wordt, terwijl integratie van deze drie processen voor de organisatie mogelijk wel het meest efficiënt is.

Zeker ook rond de uitvoering van de WOZ zijn er veel combinaties die men in de gaten moet houden. Denk aan het combineren van het WOZ en BAG veldwerk of de koppeling tussen de WOZ en de BGT, waarbij bijvoorbeeld dakkapellen en verharding worden opgenomen en afgestemd uit dezelfde mutatiedetectie. Denk ook aan de kadasterverwerking, welke je maar één keer wilt uitvoeren voor alle achterliggende processen.

Daarom deze oproep: Zorg dat de basis op orde komt en bouw dan verder!

Rudolf is graag bereid om meer informatie te delen over de aanpak in Venray: Rudolf van Summeren, adviseur informatisering bij de afdeling bedrijfsvoering van de gemeente Venray: rudolf.van.summeren@venray.nl

Ervaringen met het nieuwe dashboard WOZ-benchmark

In het WOZ-journaal van augustus 2016 hebben we u geattendeerd op het dashboard WOZ-benchmark.

Afgelopen oktober hebben medewerkers van de gemeenten Almere en Amersfoort met elkaar rond de tafel gezeten voor een benchlearning-uitwisseling waarbij ze gebruik gemaakt hebben van dit dashboard. Door gebruik te maken van de informatie in dit dashboard tijdens de bespreking wordt kennisdeling en het van elkaar leren verrijkt en gestimuleerd. Tijd voor de redactie om te vragen hoe de gemeenten dit hebben ervaren. Evelien Wernsen van de gemeente Amersfoort is onze gesprekspartner.

"Voorafgaand aan het gesprek hebben wij van de Waarderingskamer een lijst ontvangen met een aantal opmerkelijke verschillen tussen de beide gemeenten. Deze lijst was gegenereerd uit de benchmarkvragenlijsten. Deze verschillen zijn gebruikt als start voor het gesprek en om te kijken hoe we onze benchlearning konden aanpakken.

Om het gesprek goed te kunnen structureren, hebben we gebruik gemaakt van het nieuwe dashboard WOZ-benchmark van de Waarderingskamer, dat hiervoor ook gemaakt is. Aan de hand van de acht themategels zijn we alle gegevens doorgelopen en daar waar gewenst hebben we ook dieper gespit in de achterliggende database. Van gemeenteprofiel tot kwaliteit van de beschikkingen, de marktontwikkeling, de bezwaren en de kosten van de WOZ-uitvoering, we hebben alle onderwerpen aan de orde gehad. Met als basis om deze onderdelen in detail te vergelijken, zijn we het gesprek met elkaar aangaan.

Het dashboard WOZ-benchmark blijkt een uitstekende kapstok voor de benchlearning te zijn! Wij vinden dat het dashboard WOZ-benchmark een heldere weergave en insteek geeft. Grote winst is dat getoond wordt wat wij doen en wat anderen doen en dat we ons hieraan kunnen spiegelen. Persoonlijk vind ik dat de nieuwe insteek van de Waarderingskamer hiermee goed is ingebed en het is prettig te weten dat aanbevelingen en tips over de weergave serieus genomen worden. Wij zien uit naar het volgende benchlearninggesprek! We kunnen iedereen aanraden om ook eens met een collega van een andere gemeente een paar uur tijd hierin te investeren."

WOZ-waarden waardepeildatum 2016 op het WOZ-waardeloket

Begin 2017 worden weer nieuwe WOZ-waarden bekend gemaakt aan belanghebbenden. Dit is de eerste keer dat er ook een WOZ-waardeloket beschikbaar is, waar men de eigen WOZ-waarde kan vergelijken met WOZ-waarden van andere woningen. Deze nieuwe situatie leidt wel tot een aantal vragen over het moment van bekend worden van nieuwe WOZ-waarden in het WOZ-waardeloket.

Aan de ene kant is het wenselijk dat wanneer de belanghebbende de nieuwe WOZ-waarde ontvangt (in de brievenbus, of de digitale berichtenbox van MijnOverheid) dat men dan direct op het WOZ-waardeloket de vergelijking kan doen. Het is dus wenselijk dat het WOZ-waardeloket niet te laat wordt gevuld met de nieuwe WOZ-waarden.

Aan de andere kant is het wel wenselijk dat de formele bekendmaking van de WOZ-waarde niet veel later is dan de "informele bekendmaking" via het WOZ-waardeloket. Belanghebbenden kunnen dan hun WOZ-waarden al zien, voordat zij de WOZ-beschikking hebben ontvangen. Iedereen kan dan ook de WOZ-waarden van woningen zien die nog niet met een beschikking bekend gemaakt zijn aan de belanghebbenden zelf.

Daarom is het goed om erbij stil te staan hoe het presenteren van WOZ-waarden op het WOZ-waardeloket begin 2017 loopt. Uiteindelijk is de administratie van de gemeente (of de uitvoeringsorganisatie die de WOZ uitvoert voor de gemeente) de basis. Wanneer in deze administratie de nieuwe WOZ-waarden definitief worden gefiatteerd en op een aanslagbiljet worden geplaatst, begint het formele traject. Aan de ene kant wordt de informatie over WOZ-waarden, aanslagbiljetten etc. gebruikt om, meestal via een print- en mailservicebureau, de WOZ-waarden bekend te maken aan de belanghebbenden. Meestal duurt dit circa twee weken. Gelijktijdig gaan dan meestal de "aanslagbiljetten" ook naar MijnOverheid om te publiceren in de berichtenbox. Dit is het spoor van de formele bekendmaking.

Het fiatteren en op het aanslagbiljet plaatsen van de nieuwe WOZ-waarden betekent ook dat de informatie wordt verzonden aan de LV WOZ. Immers voor de melding aan de LV WOZ is naast de formele waarde ook nodig de informatie van het aanslagbiljetnummer (brondocument). Elke vastgestelde waarde wordt als een afzonderlijk bericht aan de LV WOZ verstuurd. Zodra dit bericht is verwerkt door de LV WOZ, is deze waarde ook beschikbaar voor de afnemers. Omdat de meeste gemeenten ongeveer op dezelfde dag hun WOZ-waarden bekend willen maken, kan op een bepaalde dag het aanbod van berichten bij de LV WOZ heel groot zijn. Bij een dergelijke piek kan het enkele dagen duren, voordat de nieuwe WOZ-waarde verwerkt is in de LV WOZ. Vanaf begin 2017 zullen ook belanghebbenden via MijnOverheid gegevens over het eigen WOZ-object kunnen opvragen uit de LV WOZ.

De nieuwe WOZ-waarden van woningen naar waardepeildatum 1 januari 2016 die bekend zijn in de LV WOZ worden ook meegenomen in de kopie van gegevens die gebruikt wordt in het WOZ-waardeloket. Deze kopie wordt wekelijks ververst en het produceren en verversen van de kopie voor het WOZ-waardeloket duurt ongeveer een week. Dat betekent dat gemiddeld één à twee weken na verwerking in de LV WOZ de gegevens ook zichtbaar zullen zijn in het WOZ-waardeloket. Daarmee duurt het zichtbaar maken van de nieuwe WOZ-waarden op het WOZ-waardeloket ongeveer even lang als het traject van "print en mail", zodat rond het moment dat men de WOZ-waarde "op de mat" vindt, men ook kan gaan vergelijken in het WOZ-waardeloket.

CBS-belastingcapaciteit uit de LV WOZ

Het CBS heeft tweemaal per jaar inzicht nodig in de Belastingcapaciteit van een gemeente. Gemeenten die niet zijn aangesloten op de LV WOZ leveren daarvoor aan het CBS een Stuf-CAP bestand. Voor gemeenten die wel zijn aangesloten op de LV WOZ haalt het CBS de gegevens zelf uit de LV WOZ.

Voor het verwerken van de gegevens door CBS maakt dit niet veel uit. Alleen hadden gemeenten bij het inleveren van een Stuf-CAP de mogelijkheid om extra informatie te verstrekken op het "geleideformulier" bij het Stuf-CAP bestand. In dat geleideformulier kon men bijvoorbeeld opgeven dat er nog voor een aantal objecten WOZ-waarden vastgesteld moesten worden en wat de verwachte waarde is van deze nog te beschikken objecten.

Gemeenten die zijn aangesloten op de LV WOZ vullen geen geleideformulier meer in. Toch kan het belangrijk zijn dat informatie op dat formulier bekend gemaakt wordt aan CBS. Om dat mogelijk te maken stuurt CBS een overzicht van de berekende belastingcapaciteit op basis van de gegevens uit de LV WOZ aan de gemeente. De gemeente kan hier "correcties" op aanbrengen. De melding van nog te beschikken objecten kan een dergelijke correctie zijn. Het is dan wel belangrijk dat degene binnen de gemeente die het overzicht van CBS controleert op de hoogte is van deze aanvullende informatie.