Waarderingskamer

01 WOZ Journaal Maart 2017

Nieuwsbrief Waarderingskamer over de Wet Waardering Onroerende Zaken

Het bekend maken van de nieuwe WOZ-waarden is in de meeste gemeenten weer achter de rug. Zowel gemeenten als belanghebbenden zijn steeds meer gewend aan het jaarlijkse bekend maken van een nieuwe waarde. In het algemeen worden de nieuwe WOZ-waarden dan ook rustig ontvangen door belanghebbenden.

Dit jaar zijn er wel twee aandachtspunten. De markt voor woningen zit weer in de lift en in sommige gemeenten zelfs fors aan het stijgen. We zien al aankomen dat dat volgend jaar nog sterker merkbaar zal zijn. Het is daarom des te meer van belang te investeren in kwaliteitszorg.

Het tweede aandachtspunt is dat dit jaar voor het eerst de belanghebbenden de mogelijkheid hebben om de eigen WOZ-waarde te vergelijken met die van de buren of andere door de openbaarheid van de WOZ-waarden van woningen. Met elkaar monitoren we welke effecten deze mogelijkheid heeft op het vertrouwen van belanghebbenden in de juistheid van de WOZ-waarde.

Voor deze openbaarheid zijn van 218 gemeenten de WOZ-waarden van woningen zichtbaar in het WOZ-waardeloket. De andere gemeenten bieden nog eigen voorzieningen hiervoor. De verwachting is dat rond de zomer de meeste gemeenten hun aansluiting op de Landelijke Voorziening WOZ en daarmee ook op het WOZ-waardeloket voor elkaar hebben.

Aprilinventarisatie

Eind maart 2017 ontvangen alle uitvoeringsorganisaties een uitnodiging voor het invullen van de aprilinventarisatie. Op dat moment zal zoals zij gewend zijn weer een digitale formulier beschikbaar zijn voor het aanleveren van de gevraagde informatie.

Maar de inhoud van deze aprilinventarisatie is dit jaar heel anders dan voorgaande jaren. Vanaf 1 januari 2017 geldt immers de Waarderingsinstructie 2017 als uitgangspunt voor ons toezicht en daarmee ook als uitgangspunt voor deze aprilinventarisatie. In de Waarderingsinstructie 2017 staat de interne beheersing van het WOZ-proces centraal. Als onderdeel van deze kwaliteitszorg verwachten wij dat WOZ-uitvoeringsorganisaties voor de verschillende onderdelen van het WOZ-proces periodiek zelfevaluaties uitvoeren. Voor de zelfevaluaties hebben wij beoordelingsprotocollen opgesteld, die u kunt beschouwen als een handreiking. U vindt deze beoordelingsprotocollen op onze site en in de Waarderingsinstructie. Met de aprilinventarisatie vragen wij primair naar de conclusies die de uitvoeringsorganisaties zelf getrokken hebben uit hun zelfevaluatie van enkele aspecten van de WOZ-uitvoering.

Begin dit jaar hebben wij u ook een WOZ-tijdlijn toegestuurd. In deze WOZ-tijdlijn is aangegeven in welke periode van het jaar de diverse zelfevaluaties aandacht verdienen en in welke inventarisatie wij graag horen welke conclusies de organisaties zelf getrokken hebben.

Concreet vragen wij u in de inventarisatie van april 2017 naar de resultaten van de zelfevaluaties die betrekking hebben op:

  • de interactie met betrekking tot waardepeildatum 1 januari 2016, inclusief tijdigheid verzenden WOZ-beschikkingen;
  • de interactie met betrekking tot waardepeildatum 1 januari 2015, met name onderzoek ervaringen bezwaarbehandeling;
  • het gegevensbeheer met betrekking tot de aansluiting op Basisregistratie Kadaster, de Basisregistratie Personen en het Handelsregister en het synchroniseren met de LV WOZ.

Zoals wij in de WOZ-tijdlijn hebben gevisualiseerd, ligt het niet voor de hand om met het uitvoeren van de zelfevaluaties te wachten tot het moment waarop de digitale vragenlijst voor de aprilinventarisatie beschikbaar is. In de WOZ-tijdlijn doen wij suggesties voor de perioden waarin u de verschillende zelfevaluaties het beste kunt uitvoeren.

Taxeren op oppervlakte

De Waarderingskamer heeft het besluit genomen om met een overgangstermijn van vijf jaar alle gemeenten en uitvoeringsorganisaties de woningen verplicht te laten taxeren op basis van de gebruiksoppervlakte. De belangrijkste reden daartoe is dat dit beter aansluit bij de markt. Immers in nagenoeg alle (internet) advertenties voor de verkoop van woningen staat de gebruiksoppervlakte van de woning centraal.

Een tweede reden is dat dit beter aansluit bij de door de overheid ingerichte basisregistraties. Dat wordt op dit moment bijvoorbeeld al duidelijk zichtbaar in het WOZ-waardeloket waar de WOZ-waarde van woningen wordt getoond in combinatie met de gebruiksoppervlakte die in de Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) staat. Deze samenhang met gegevens in diverse (basis) registraties biedt gemeenten en uitvoeringsorganisaties extra mogelijkheden voor efficiency voordelen wanneer kwaliteitszorg en bijhouding van deze (basis) registraties, zoals BAG en WOZ, meer worden gecombineerd.

Uniformiteit betekent ook dat de gebruiksoppervlakte op éénduidige wijze wordt bepaald. Hiertoe heeft de Waarderingskamer met brancheorganisaties een meetinstructie opgesteld. Dezelfde meetinstructie is bijvoorbeeld ook op Funda te vinden. De inspanning die moet worden geleverd om betrouwbare gebruiksoppervlakten voor alle woningen vast te leggen is voor veel gemeenten nog een drempel. Maar door gebruik te maken van periodieke controles die toch uitgevoerd moeten worden en de inzet van innovatieve hulpmiddelen kunnen ook deze drempels verlagen. Bij de VNG-belastingconferentie zal in een sessie hier ook aandacht aan worden besteed.

Maar er zijn ook gemeenten die de stap al gezet hebben of vergevorderd zijn. Tijd voor de redactie om bij een gemeente te informeren wat de ervaringen zijn met het inzetten van deze innovatieve manieren van bepalen van de gebruiksoppervlakte.

De gemeente Opmeer heeft het correct bepalen van de objectkenmerken hoog in het vaandel staan. Voor het controleren en bepalen van de gebruiksoppervlakte zetten zij de tool WOZ360 in.
Peter Visser van de gemeente Opmeer:
“Bij Opmeer is naast de kwaliteit van objectkenmerken efficiëntie heel belangrijk. Dit kan worden bereikt met het inzetten van de juiste hulpmiddelen. WOZ360 gebruikten we al bij het controleren van de inhoud en nu ook bij het bepalen van de gebruiksoppervlakte. Hierbij hebben we de applicatie getest aan de hand van bouwtekeningen. De uitkomsten hiervan waren positief zodat we WOZ360 nu ook inzetten voor de gebruiksoppervlakte. Door dit nu al op te pakken en in onze processen te integreren ben ik er zeker van dat wij uiterlijk 2022 gereed zijn.

Het berekenen van de gebruiksoppervlakte met deze tool kan massaal en op individueel niveau plaatsvinden.
Onze voorkeur gaat er naar uit de gebruiksoppervlakte geleidelijk in te voeren, wij werken daarbij per postcodegebied. Per gebied wordt van objecten de gebruiksoppervlakte bepaald. Vervolgens wordt per object gecontroleerd en daar waar nodig gesplitst in oppervlakte hoofd- en bijgebouw. Het splitsen is met enkele klikken gereed en daarna wordt de oppervlakte in onze administratie verwerkt. Deze werkwijze is uiteraard veel sneller dan het opvragen en inmeten vanaf tekening. Door de visualisering zie je ook wat je berekend hebt en je kunt de resultaten makkelijker interpreteren.

Het 3D-model in WOZ360 is uitgebreid met een vloerenmodel. Deze modellen draaien synchroon waardoor een goed beeld ontstaat van de vorm van de woning met daarin de verdiepingsvloeren. Zo is bijvoorbeeld op de zoldervloer zichtbaar dat een woning voorzien is van een dakkapel en dat wordt ook meegenomen in extra vierkante meters. Deze paar vierkante meter levert een verschil op met het buurpand en geeft aan hoe nauwkeurig WOZ360 werkt.

De gemeente Opmeer heeft 4950 woningen die de komende jaren op deze manier worden gemeten. We hebben dan de gebruiksoppervlakte ook van de WOZ-deelobjecten, maar wat minstens zo belangrijk is, we hebben alle objectkenmerken van deze woningen weer een keer goed gecontroleerd."

Jurisprudentie uitzondering waterverdedigingswerken

Vorig jaar heeft de Hoge Raad een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag bekrachtigd waarmee een deel van de grond bij een woning op een dijk werd uitgezonderd. Dit was een stap in de ontwikkeling van jurisprudentie op dit onderwerp die nog niet helemaal is uitgekristalliseerd.

In beginsel geldt voor woningen altijd dat de marktwaarde op de waardepeildatum wordt vastgesteld als WOZ-waarde. Deze uitspraak van de Hoge Raad leidt ertoe dat in dit soort bijzondere gevallen de WOZ-waarde lager zal zijn dan de marktwaarde, omdat een stuk van de tuin buiten aanmerking gelaten wordt. De regelgeving en de jurisprudentie is helder wat betreft de woning zelf. Deze woning zal nooit onder de uitzondering vallen en de marktwaarde van de woning maakt altijd volledig onderdeel uit van de WOZ-waarde. Door de uitzondering kan alleen de WOZ-waarde lager uitvallen, omdat een stuk van de marktwaarde van de bijbehorende tuin buiten aanmerking wordt gelaten. 

Over de vraag wanneer sprake zal zijn van het buiten aanmerking laten van een stuk tuin, is de jurisprudentie nog niet volledig helder. Het gaat dan alleen om die delen van een tuin die een "waterverdedigingswerk" zijn, dus een "werk" met een waterkerende functie: de dijk. Maar wat nu precies als dijk gezien moet worden, daar zijn nog niet alle rechterlijke uitspraken gelijkluidend over. Verder is van belang dat de uitzondering van het stuk tuin alleen aan de orde kan zijn, wanneer "die dijk" beheerd wordt door het waterschap (of een andere overheid). Ook over de vraag wanneer er sprake is van beheer door het waterschap of wanneer sprake is van beheer door de eigenaar van de woning, zijn nog geen eenduidige beoordelingskaders.

Conclusie
Wij concluderen dat de jurisprudentie op het terrein van het toepassen van deze uitzondering bij woningen met een "dijk" binnen het perceel nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Wij blijven de ontwikkelingen nauwgezet volgen en verwachten de komende periode nog wel meer uitspraken van diverse rechters over dit onderwerp. Tot die tijd is het goed, wanneer gemeenten helder communiceren met belanghebbenden, over het al dan niet afwijken van de marktwaarde op grond van deze jurisprudentie, wanneer zij vragen hebben over de eventuele toepassing van deze uitzondering op hun grond.

Raadplegen WOZ-waardeloket

In het WOZ-waardeloket zijn op dit moment ongeveer tien miljoen waarden van ongeveer vijf miljoen woningen te raadplegen. De waarden van waardepeildatum 1 januari 2015 blijven namelijk ook zichtbaar in het loket. Inmiddels verloopt de verversing van het WOZ-waardeloket wekelijks, zodat nieuw aangesloten gemeenten, nieuw bekend gemaakte WOZ-waarden of wijzigingen van WOZ-waarden als gevolg van (informeel) bezwaar ook snel via dit kanaal zichtbaar zullen zijn.

Voor de meeste gebruikers start het gebruik van het WOZ-waardeloket door na opening van de site links bovenin de postcode en het huisnummer van de eigen woning in te typen (postcode aan elkaar, dan spatie gevolgd door huisnummer). Men komt dan in de kaart van de eigen woonomgeving en ziet direct rechts ook de WOZ-waarde en enkele andere gegevens van de eigen woning. In deze kaart kan men dan ook gemakkelijk vergelijkbare woningen in de omgeving aanklikken om kenmerken en waarde te vergelijken.

Om nog meer beeld te krijgen van de omgeving, kan men de kaart ook vervangen door een luchtfoto (keuze mogelijkheid rechts bovenin in de kaart).

Maar soms weet men niet goed met welke woningen men nu het best een vergelijking kan maken. Om daarbij te helpen zijn de drie schuifbalken aan de linkerkant onder de aanduiding "filteren". Met deze schuifbalken kan men bijvoorbeeld aangeven dat men alle woningen in de omgeving wil zien met een bouwjaar tussen 1965 en 1970 of alle woningen met een WOZ-waarde tussen € 275.000 en € 300.000.

Hoewel men geen grote aantallen WOZ-waarden tegelijk mag opvragen uit het loket, is het gebruik onbeperkt. Men kan dus ook WOZ-waarden opvragen in hele andere delen van Nederland, bijvoorbeeld wanneer men geïnteresseerd is in het kopen van een woning elders en men iets meer van de woningwaarden in die regio te weten wil komen.

Rond het bekend maken van de nieuwe WOZ-waarden was de belangstelling voor het WOZ-waardeloket heel groot, maar het blijkt dat ook in de minder drukke periode altijd wel enkele duizenden gebruikers per dag het WOZ-waardeloket weten te vinden.

Arresten recreatieparken

recreatiewonig

Op 16 september 2016 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over recreatieparken in de gemeenten Ermelo en Arnhem, waarin het onderscheid tussen woningen en niet-woningen wordt verduidelijkt.

Bij de Waarderingskamer zijn vragen binnengekomen over de gevolgen van deze arresten voor de openbaarheid van WOZ-waarden van recreatieparken.

Recreatiewoningen zijn woningen
De Hoge Raad geeft aan dat recreatiewoningen in een bungalowpark in de berechte gevallen moeten worden gekwalificeerd als woning, ook wanneer deze recreatiewoningen verhuurd worden. Op grond van artikel 40a, lid 1, Wet WOZ kan eenieder de WOZ-waarde van een onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient, inzien via het loket voor openbare WOZ-waarden. Dat geldt dus ook voor recreatiewoningen en recreatieterreinen die op basis van deze jurisprudentie worden aangemerkt als woning. De regels voor het openbaar maken van de WOZ waarde zijn daarbij volledig identiek aan de regels voor het bepalen van het OZB-tarief. Wanneer een onroerende zaak belast wordt op basis van het OZB-tarief voor woningen, zal de waarde van die onroerende zaak ook beschikbaar zijn via het WOZ-waardeloket.

Volgens de wet zijn voor het tarief en voor de openbaarheid alle "onroerende zaken die ten minste in hoofdzaak tot woning dienen" een woning. Daarbij geldt dat «in hoofdzaak» moet worden gelezen als: voor ten minste 70 percent.

WOZ-waardeloket
Alle woningen die door de eigenaar of huurder worden bewoond, zijn woningen waarvan de WOZ-waarde wordt getoond. Maar ook andere objecten die in hoofdzaak worden gebruikt als woning of dienstbaar zijn aan een woning (denk bijvoorbeeld aan een garagebox bij een woning), voldoen aan de definitie op grond waarvan de WOZ-waarde getoond kan worden in het WOZ-waardeloket. Van alle onroerende zaken waarbij voor de onroerendezaakbelasting het woningtarief geldt, wordt de WOZ-waarde getoond. Voor alle andere onroerende zaken zal het WOZ-waardeloket geen WOZ-waarde tonen.

Voor gemeenten betekent dit technisch dat de WOZ-waarden worden getoond van alle WOZ-objecten met een gebruikscode 10, 11 en 12. Dit zijn ook dezelfde gebruikscodes die het CBS hanteert om te bepalen wat de belastingcapaciteit voor woningen is bij een gemeente.

Soort objectcode wordt verplicht

Met het oog op transparantie en duidelijkheid voor belanghebbenden en ook met het oog op doelmatigheid streeft de Waarderingskamer naar een zo uniforme mogelijke uitvoering van de WOZ-taxaties. Om die reden zijn we gestart met het uniformeren van de woningtaxaties naar het taxeren op basis van de gebruiksoppervlakte (zie hierna) en streven we ook naar uniformering van de objectcodering. Om die reden zijn eerder de uniforme soort-objectcodelijst en voor de woningen de Fotowijzer opgesteld.

De fotowijzer is gericht op het bereiken van uniformering niet alleen binnen de WOZ, maar binnen de gehele woningmarkt. Daarom zijn over de toepassing van deze Fotowijzer ook afspraken gemaakt met verschillende makelaarsorganisaties.

Het belang van de uniforme soort-objectcodes bij de niet-woningen blijkt bijvoorbeeld bij de toepassing van de diverse taxatiewijzers. Immers de relevante taxatiewijzer en het te gebruiken archetype hangt in sterke mate af van de geregistreerde soort-objectcode.

In toenemende mate wordt echter ervaren dat ook anderen geïnteresseerd zijn in deze soort-objectcode (type woning) die we gebruiken bij de WOZ-taxaties. In het kader van het stelsel van basisregistraties is er daarom veel vraag om deze soort-objectcode die zijn gebruikt voor de WOZ-taxaties ook binnen het stelsel van basisregistraties te kunnen gebruiken. Daarvoor is de stap gezet om de soort-objectcode op te gaan nemen in de Landelijke Voorziening WOZ.

Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen om ervoor te zorgen dat gemeenten de soort-objectcode ook kunnen aanleveren aan de LV WOZ. Een gemeente zal dat pas daadwerkelijk gaan doen, wanneer zij de overstap maken naar het vernieuwde koppelvlak met de LV WOZ (op basis van StUF woz 03.13). Maar vooruitlopend daarop is het wel verstandig om in het kader van de reguliere controles van de objectkenmerken te controleren of de systematiek die men gebruikt voor de soort-objectcodering aansluit op de landelijke standaarden (Soort-objectcodelijst niet-woningen en Fotowijzer woningen) en of de geregistreerde soort-objectcodes correct zijn.

Horst aan de Maas over op binnengemeentelijk berichtenverkeer

Horst ad Maas berichtenverkeer

Eind 2016 ging de gemeente Horst aan de Maas (Noord-Limburg) als eerste over op binnengemeentelijk berichtenverkeer tussen de WOZ-administratie Civision en de taxatie-applicatie GT-WOZ. De gegevens in beide pakketten lopen nu steeds synchroon. Projectleider Corry Hanssen-Peeters vertelt hoe de overstap verliep.

Gemeente Horst aan de Maas voert het WOZ-proces inclusief taxaties geheel in eigen huis uit. Om het WOZ-proces efficiënter in te richten besloot de gemeente over te gaan op berichtenverkeer in plaats van bestandsuitwisseling en zo ook te voldoen aan het Sectormodel WOZ. Voorheen vond de gegevensuitwisseling van taxatie- en WOZ-gegevens binnen deze gemeente plaats via een handmatige KMT-koppeling. “Daardoor moesten we nogal eens wachten tot de koppeling gelopen had voor een taxatie helemaal afgerond kon worden”, zegt Corry Hanssen.

Bij de implementatie gingen de drie partijen (gemeente, PinkRoccade en GeoTax) zorgvuldig te werk. Bij het intakegesprek waren zowel de technische mensen als de projectverantwoordelijken van de drie partijen aanwezig. “Hierin hebben we alles op elkaar afgestemd, zoals de planning, taken en randvoorwaarden. Het implementatietraject duurde ongeveer drie maanden. Gepland was anderhalve maand. Tijdens het traject kwamen onvoorziene kinderziektes aan het licht die door nauwe samenwerking snel en adequaat opgelost moesten worden, soms met installatie van een nieuwe release, om de voortgang in het testen niet te belemmeren. Zowel tijdens het testen als in de productiefase zijn we nog tweemaal bij elkaar gekomen. Dat heeft goed gewerkt.”

De introductie van het berichtenverkeer leidde ertoe dat de werkwijze op een aantal punten is aangepast. Corry: “Ons proces "bezwaar" is gewijzigd. Dit loopt nu via de werkbakken van GT-WOZ en worden daar afgehandeld. Informeel bezwaar wordt in Civision gestart en via het versturen van een dienstbericht vanuit Civision komt ook deze in de werkbak van GT-WOZ. Daarnaast maken we nu gebruik van de status actief, gevormd etc. voor WOZ-objecten en deelobjecten. Alleen bij de status actief wordt de mutatie meegenomen in de taxatie. Verder moet de herwaardering nu opgestart worden in Cvision in plaats van in GT-WOZ door in bulk de status waardebepaling van het nieuwe tijdvak te versturen.

Het beheer van het berichtenverkeer is nog een issue. Door de bulk aan berichten in test- en productiefase, die binnenkomen via drie afzonderlijke schermen, is het beheer nog onoverzichtelijk. Een goede handleiding en instructie moet nog opgezet worden met de betrokken partijen, zodat we beter kunnen monitoren of het berichtenverkeer volledig loopt of dat er uitval is.
Daarbij is er ook nog de wens om de BAG-gegevens vanuit Civision naar GT-WOZ te versturen via het WOZ-berichtenverkeer. Daarvoor moet in GT-WOZ nog een aanpassing gebeuren. Vanuit de BAG-applicatie komen de BAG-gegevens nu via de GVI automatisch in de WOZ-administratie binnen Civision. Door de hiervoor genoemde aanpassing komen ze dan ook automatisch in de taxatie-applicatie.

Horst aan de Maas heeft het WOZ-berichtenverkeer inmiddels gebruikt voor de waardebepaling van ongeveer 20.000 objecten. “Daarbij hadden we relatief weinig foutmeldingen; slechts 75. “ Naast een positieve ervaring, heeft de samenwerking geleid tot een uitstekende koppeling van onze taxatie- en WOZ-applicatie”, besluit Corry ons gesprek.

Werkplan 2017

Ons werkplan voor 2017 is beschikbaar via onze site. In dit werkplan schetsen wij een beeld van onze werkzaamheden in 2017. Daarmee schetsen we ook een beeld van de speerpunten voor 2017. De volgende kernthema’s staan centraal in het werkplan 2017:

  • de kwaliteit van de WOZ-beschikkingen
  • het inbedden van de Basisregistratie WOZ in het stelsel van basisregistraties
  • de kwaliteit van WOZ-taxaties niet-woningen

In 2017 zijn voor het eerst de nieuwe WOZ-taxaties van woningen openbaar op het moment dat deze WOZ-waarden net bekend gemaakt zijn en belanghebbenden nog de gelegenheid hebben om bezwaar te maken. Wij zullen nauwlettend volgen wat hiervan het effect is.

Het is en blijft ons belangrijkste speerpunt om ervoor te zorgen dat de WOZ-waarden die gemeenten aan belanghebbenden bekend maken van goede kwaliteit zijn. Dat betekent dat de WOZ-waarden moeten aansluiten op het marktniveau en dat de onderlinge waardeverhoudingen juist zijn en overtuigend uitgelegd kunnen worden aan belanghebbenden.

Dat kan voor ruim acht miljoen WOZ-waarden per jaar alleen geborgd zijn als gemeenten (uitvoeringsorganisaties) voldoende interne beheersingsmaatregelen in het werkproces hebben opgenomen. In onze toezichtactiviteiten beoordelen wij of deze maatregelen het juiste effect hebben. Ons uitgangspunt daarbij is de Waarderingsinstructie 2017 die vanaf 1 januari 2017 van kracht is.

Op de tweede plaats bij de speerpunten voor 2017 staat voor ons het inbedden van de Basisregistratie WOZ in het stelsel van basisregistraties. Onze activiteiten zijn in 2017 gericht op het aansluiten van de laatste gemeenten op de Landelijke Voorziening WOZ. Daarnaast zijn er in ons werkplan activiteiten opgenomen die moeten stimuleren dat de levering van WOZ-gegevens uit de Landelijke Voorziening WOZ aan de afnemers goed gaat verlopen, maar ook activiteiten gericht op de mogelijkheid voor belanghebbenden om zelf een rol te spelen bij de kwaliteitszorg van gegevens in de basisregistraties en de WOZ-administratie over "de eigen objecten".

Verder besteden wij in 2017, evenals in 2016, extra aandacht aan de kwaliteit van de WOZ-taxaties van niet-woningen. Dit vanwege de complexiteit van de taxaties en de grote financiële belangen die er zijn.

Uitstel koppeling Mijn Overheid en LV WOZ

De gemeenten die zijn aangesloten op WOZ in MijnOverheid hebben in januari 2017 een mail ontvangen waarin een koppeling is aangekondigd met de LV WOZ. Echter de beloofde koppeling van de LV WOZ met MijnOverheid is uitgesteld. De verwachting is dat Logius de koppeling in september 2017 zal realiseren.

Benchmark vragenlijst 2016

Begin februari 2017 is de vragenlijst over de uitvoeringskosten voor de Wet WOZ in 2016 aan alle organisaties verstuurd. We gaan ervan uit dat net als voorgaande jaren weer een groot aantal gemeenten en samenwerkingsverbanden de vragenlijst gaat invullen (vóór 31 maart 2017). De verzamelde gegevens geven ieder jaar een goed beeld van de totale WOZ-kosten. Via de vragenlijst is het ook mogelijk u op te geven voor een van de benchlearninggesprekken die ook dit jaar worden gehouden.

De gegevens over de WOZ-kosten maken onderdeel uit van de bredere WOZ-benchmark. Deze benchmark moet organisaties de mogelijkheid bieden zich met elkaar te vergelijken. Om dit makkelijker te maken worden de resultaten van de WOZ-benchmark getoond in het dashboard WOZ-benchmark. Aan de hand van acht themategels wordt er ingezoomd op specifieke WOZ-onderwerpen. Op ieder van die onderwerpen kan men organisaties met elkaar vergelijken.

De benchmarkgegevens zijn openbaar (dus zonder wachtwoord) beschikbaar. Vergelijken is mogelijk op basis van gemaakte kosten, maar ook op basis van algemene kengetallen van de gemeente (of samenwerkingsverband) en kengetallen die inzicht gegeven in de bereikte resultaten. Ook de wijze van organiseren van de werkzaamheden en de inzet van medewerkers komt in het dashboard WOZ-benchmark tot uitdrukking.

dashbord WOZ-benchmark

WOZ berichten via Digilevering

afbeelding Digilevering

De mutaties die gemeenten aanbrengen in de Basisregistratie waarde onroerende zaken (WOZ) en die zij leveren aan de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ) zijn nu als gebeurtenisberichten voor de afnemers waterschappen en Belastingdienst ook beschikbaar van de landelijke voorziening Digilevering. Het berichtenaanbod dat via Digilevering wordt verzonden neemt daarmee toe.

De Belastingdienst gaat als eerste afnemer aansluiten om WOZ berichten via Digilevering te ontvangen. De Waterschappen en Belastingkantoren sluiten in de loop van 2017 aan op Digilevering.

Met WOZ-mutaties via Digilevering komt het gebeurtenisgericht werken in een keten die dwars door diverse overheden heen loopt, een stap dichterbij. Zoals beschreven in de Catalogus WOZ-gegevens voor afnemers komen alle mutaties bij de afnemers in de vorm van een gebeurtenis. Wanneer een gemeente een WOZ-waarde aanpast (bijvoorbeeld gebeurtenis "uitspraak op een bezwaar"), is dat direct bekend bij een afnemer en deze afnemer kan deze mutatie veelal geautomatiseerd afhandelen, doordat de mutatie de vorm heeft van een gebeurtenis met daarbij alle relevante informatie.

Om als geautoriseerd afnemer van WOZ-gegevens (gemeenten, waterschappen en Belastingdienst) gebruik te kunnen maken van Digilevering voor het ontvangen van WOZ-mutaties kan men zich melden bij Logius voor de technische aansluiting. Op de site van Logius vindt u een stappenplan voor het aansluiten op Digilevering. Gelijktijdig meldt u zich aan bij de Klantenservice WOZ via het aanmeldformulier, waarna er een abonnement wordt opgesteld.

Meer informatie over WOZ Digilevering vindt u op de pagina WOZ Digilevering.