Waarderingskamer

03 WOZ Journaal Augustus 2017

Nieuwsbrief Waarderingskamer over de Wet Waardering Onroerende Zaken

In deze nieuwsbrief aandacht voor de taxaties van woningen op basis van de gebruiksoppervlakte. Uiterlijk in 2022 moeten alle WOZ-taxaties van woningen gebaseerd zijn op de gebruiksoppervlakte. In dit WOZ-journaal al diverse ervaringen van deze omschakeling. Ook aandacht voor de nauwkeurigheid van de geregistreerde oppervlakten. Immers alleen wanneer de geregistreerde oppervlakten overeenkomen met de feitelijke situatie kan er een kwalitatief goede WOZ-taxatie op gebaseerd worden. 

Maar ook aandacht voor de onlangs gepubliceerde gegevens over de WOZ-benchmark 2016 die in de visuele omgeving weer veel mogelijkheden geven voor vergelijking.

Verder zijn er inmiddels 320 gemeenten aangesloten op de LV WOZ (ongeveer 90 % van alle WOZ-objecten). Het aansluiten van gemeenten op de LV WOZ nadert dus zijn einde. Om die reden heeft de aanjager voor het aansluiten op de LV WOZ (het Oliemannetje) gerapporteerd aan de Minister.

De taxaties naar waardepeildatum 1 januari 2017 zijn in volle gang en natuurlijk heeft de kwaliteit van die nieuwe taxatie weer de aandacht van gemeenten, samenwerkingverbanden en de Waarderingskamer.

Innovatieve overgang naar gebruiksoppervlakte

foto artikel Breda

In Breda is een begin gemaakt met de overgang van inhoud naar oppervlakte.
Maarten de Groot, Teamleider Data Services WOZ, gemeente Breda:

“Om de overgang van bruto inhoud naar gebruiksoppervlakte op een efficiënte wijze te realiseren, hebben we in 2016 een plan van aanpak opgesteld en een werkgroep geformeerd. We waren ons ervan bewust dat een deel van het woningbestand vanuit de bouwdossiers, volgens de NEN2580, nagerekend moest worden. Om inzicht te krijgen in de werkelijke situatie, zijn wij hier vroegtijdig mee gestart.

Bij de keuze van welke bouwdossiers we gingen nameten, hebben wij onderscheid gemaakt naar objectsoorten, zoals vrijstaande, twee-onder-een-kap, rij-, hoek- en etagewoningen. Voor deze objectsoorten zijn factoren bepaald, per bouwjaarklassen en objecttypen. Dit nameten hebben wij voor ongeveer 1.000 woningen, verspreid over de gemeente, uitgevoerd. Aangezien de gemeente over ruim 80.000 woningen beschikt, zou het qua tijd, kosten en beschikbare capaciteit, ondoenlijk zijn geweest om alle woningen na te meten.

Nadat de inhoud en gebruiksoppervlakten vanuit de bouwdossiers waren berekend, hebben wij deze vergeleken met de uitkomsten van de tool Way2GO, om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te bepalen. Way2GO is door Loket31, samen met Geon en de TU Eindhoven, ontwikkeld. De resultaten uit deze tool waren zeer betrouwbaar en nauwkeurig te noemen. Per woning wordt een kwalificatie gegeven aan de berekening, hierdoor hebben wij snel inzicht in de kwaliteit van de inhoud of de gebruiksoppervlakte van een object. Eén van de eisen die wij hanteren, is een absolute eis van 5% nauwkeurigheid. Dit criterium gebruiken we ook bij de vergelijking van de BAG versus de WOZ. Daar waar een afwijking wordt geconstateerd, kunnen wij deze verklaren. Wij hebben nu van woningen inzicht in het 3D model en de verdiepingsvloeren, scherpe luchtfoto’s, maar ook in de actuele BAG- en WOZ-gegevens. Op deze wijze zijn wij in staat om de massaal doorgerekende woningen, efficiënt te controleren en de gebruiksoppervlakte in de WOZ-administratie vast te leggen. Indien nodig kunnen wij ook WOZ-onderdelen splitsen of op individueel niveau wijzigingen aanbrengen, om vervolgens de woning en de vergelijking met de BAG opnieuw door te rekenen.  

Door deze werkwijze zijn wij in staat om het dagelijkse beheer van onze gegevens beter vorm te geven, zoals bijvoorbeeld bij de screening van de permanente marktanalyse of bij de controle van de vraagprijzen vanuit iWOZ.

Binnen de gemeente Breda is het gegevensbeheer van zowel de BAG als de WOZ, integraal georganiseerd. Door een nauwe onderlinge samenwerking, biedt het ons de mogelijkheid om een verantwoorde overgang van inhoud naar gebruiksoppervlakte te maken en tevens onze WOZ- en BAG-administraties verder te optimaliseren.  Hiermee kunnen we nog beter invulling te geven aan het principe van de basisregistraties: eenmalig inwinnen van gegevens en meervoudig gebruik van deze gegevens.”

Veldcontroles door de Waarderingskamer

Voordat de Waarderingskamer instemt met het bekend maken van de nieuwe WOZ-waarden naar waardepeildatum 1 januari 2017, doen wij net als voorgaande jaren bij een groot aantal gemeenten een breed onderzoek naar de kwaliteit van de nieuwe WOZ-taxaties. Natuurlijk is de kwaliteit van de WOZ-taxaties ook sterk afhankelijk van de kwaliteit van de geregistreerde objectkenmerken die gebruikt zijn bij de taxaties.

In een aantal vooraf geselecteerde gemeenten hebben wij daarom vanaf juli 2017 veldcontroles uitgevoerd, waarbij wij geregistreerde objectkenmerken ter plaatse in het veld hebben vergeleken met de werkelijkheid. Ook de juistheid van en de afstemming met de gegevens die in de BAG staan, zijn daarbij door onze inspecteurs beoordeeld. Dit is van belang omdat de BAG-gegevens naast de WOZ-waarde van woningen in het WOZ-waardeloket worden getoond.

De inspecteurs hebben de inspecties steeds met twee personen uitgevoerd. Hier en daar hebben zij geconstateerd dat er nog veel te verbeteren valt! De kwaliteit van objectkenmerken blijft veel aandacht nodig hebben van de WOZ-uitvoerders. Meer dan eens zijn onze inspecteurs op straat aangesproken “wat zij aan het doen waren”. Dat heeft regelmatig tot interessante gesprekken met inwoners geleid.

De resultaten van deze veldcontroles komen bij de gemeenten aan de orde bij het bespreken van het onderzoek kwaliteit taxaties zoals die de komende maanden bij veel gemeenten uitgevoerd gaan worden.

Dashboard WOZ-kosten 2016 geactualiseerd

Het dashboard WOZ-kosten is geactualiseerd met de kosten over 2016. De benchmark WOZ-kosten geeft jaarlijks een beeld van de totale WOZ-kosten in Nederland.

Uit de cijfers over 2016 blijkt, dat landelijk aan de WOZ-uitvoering ongeveer € 145 à € 150 miljoen wordt uitgegeven. Deze totaalkosten komen overeen met gemiddeld circa € 16,45 per WOZ-object (en daarmee per taxatie). De kosten zijn ten opzichte van 2015 nagenoeg gelijk gebleven.

Naast de informatie over de kosten geeft het dashboard ook veel andere kengetallen over de gemeenten en de WOZ-uitvoering. Met behulp van deze gegevens kunnen WOZ-uitvoerders (en iedereen die geïnteresseerd is) gemeenten en andere uitvoeringsorganisaties goed met elkaar vergelijken.

Afscheidsinterview Frits Arends

Voor dit interview is de redactie afgereisd naar Apeldoorn waar we een gesprek hebben met Frits Arends. Frits heeft de afgelopen jaren voor de Belastingdienst deelgenomen in de Commissies Gegevensuitwisseling en Benchmark van de Waarderingskamer en hij is lid van het softwareoverleg. Frits is ook bij nagenoeg alle gemeenten bekend. Hij is al heel veel jaren als accountmanager het aanspreekpunt en het gezicht van de Belastingdienst naar buiten voor gemeenten, samenwerkingsverbanden en gemeentelijke softwareleveranciers. Na een dienstverband van 44 jaar gaat Frits met ingang van 1 oktober met vervroegd pensioen en kan hij zich gaan richten op andere activiteiten. Tijd om met Frits te praten over het verleden, het heden en de toekomst.

De contacten van Frits met gemeenten, waarvan er in zijn begintijd nog 672 waren, dateren vanuit de jaren ‘80 met de toenmalige Onroerend-goed belastingen (OGB). Toen waren gemeenten de “klant” van de Belastingdienst. De heffingsgegevens van gemeenten werden, al dan niet door tussenkomst van regionale automatiseringscentra, op een tape geleverd aan de Belastingdienst. Soms leverde de gemeente gegevens zelfs gewoon op papier.
De Belastingdienst droeg zorg voor de vervaardiging en verzending van aanslagbiljetten en vervolgens voor de inning en dwanginvordering. De resultaten van de aanslagverwerking werden aan gemeenten geleverd op een papieren kopie van het aanslagbiljet zodat vragen van burgers konden worden beantwoord. Het Ministerie van Financiën verrekende de gemaakte kosten met gemeenten. “Wie (her)kent het nog?”

In 1992 volgde de taakoverdracht OGB waarbij de taken van de Belastingdienst op dit vlak overgingen naar de gemeenten. Met de komst van de Wet WOZ werd de Belastingdienst in 1997 als grote afnemer “klant” van gemeenten waarbij de gegevensuitwisseling plaatsvond op diskettes. Hoe groter de gemeente, hoe groter de stapel diskettes die nog per post werden verzonden. Het veiligheidsaspect bij informatie-uitwisseling speelde in die jaren nog niet in de mate waarin dat nu aan de orde is.

De noodzaak van een aanspreekpunt voor de communicatie tussen gemeente en Belastingdienst was aanwezig en voor Frits het wist was hij weer terug in de voor hem bekende wereld. Hij hield zich weer volop bezig met de klantcontacten. In de uitvoering van zijn functie heeft hij nagenoeg alle gemeentehuizen wel eens van binnen gezien.

Kwaliteit van de WOZ gegevens vat Frits samen in de kernbegrippen juistheid, tijdigheid en volledigheid. In kwaliteit is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd. De VIA (Vooraf Ingevulde Aangifte) van de Belastingdienst laat zien dat het met die kwaliteit best goed zit. 

Foto Frits Arends

Met de komst van de Landelijke Voorziening WOZ is het proces aan de kant van de Belastingdienst ingrijpend veranderd en worden de WOZ gegevens in de vorm van berichtenverkeer integraal afgenomen. Een groot efficiencyvoordeel voor gemeenten, Belastingdienst en overige afnemers. Voorlopig in het aloude Stuf-WOZ formaat, maar wanneer ook de laatste gemeente is aangesloten, gaat dat helemaal conform de stelselvoorzieningen in het XML-berichtformaat. Uiteindelijk blijft er voor de Belastingdienst dan nog maar één WOZ-leverancier over. Zover is het echter nog niet, de planning is dat dit plaatsvindt nadat ook de gemeenten die in 2018 bij een herindeling zijn betrokken zijn aangesloten. Met ruim 320 aangesloten gemeenten schieten we toch mooi op en is er al een prestatie van formaat geleverd. De communicatie met gemeenten over de WOZ leveringen die de Belastingdienst uit de LVWOZ verkrijgt, wordt door het Kadaster overgenomen. Directe contacten tussen gemeenten en Belastingdienst over WOZ aangelegenheden zullen echter ook in de toekomst nodig zijn en blijven. Het ContactCenter van de Belastingdienst blijft hiervoor bereikbaar.

De WOZ gegevens worden door de Belastingdienst breed gebruikt en nemen daarmee in interne processen een steeds prominentere plek in. Naast het alom bekende eigenwoningforfait en de woningen in box 3 gebruikt de Belastingdienst de WOZ-gegevens onder meer ook bij de Inkomensafhankelijke huurverhoging en bij de verhuurderheffing. Twee processen die de Belastingdienst uitvoert voor het Ministerie van BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) die veel bestuurlijke en politieke aandacht hebben en waarbij de kwaliteit van de WOZ gegevens, bezien vanuit de subjectgerichte administratie van de Belastingdienst, optimaal moet zijn. Dit was voor Frits de afgelopen jaren een uitdaging met een geheel nieuwe klantenkring van verhuurders met geheel eigen belangen. Uiteindelijk doen we het voor de burger en zijn we tot een product gekomen waar we met z’n allen best trots op mogen zijn.

De samenwerking met de Waarderingskamer heeft Frits in al die jaren als bijzonder prettig en constructief ervaren.

Van de OGB naar de LV WOZ, Frits heeft het allemaal meegemaakt. Hij kijkt terug op een mooie carrière bij de Belastingdienst en op een geweldige tijd in zijn persoonlijke contacten met de WOZ medewerkers en leidinggevenden bij gemeenten, de softwareleveranciers en overige bij de WOZ betrokken partijen. Frits wil een ieder die op zijn of haar manier hieraan een bijdrage heeft geleverd van harte bedanken en alle goeds wensen voor de toekomst. En de redactie wenst Frits een mooie toekomst.

Controle overgang naar gebruiksoppervlakte

De Waarderingskamer krijgt veel vragen over de verplichte overgang naar het taxeren van woningen op basis van de gebruiksoppervlakte. Een aantal veel gestelde vragen zijn:

  • Hoe moeten we dit aanpakken?
  • Mag het "inmeten"van de gebruiksoppervlakte met behulp van digitale hulpmiddelen zoals 3D-controles waarmee de woning op een geautomatiseerde wijze wordt ingemeten?
  • Welk hulpmiddel vinden jullie het meest geschikt?

Elke gemeente of uitvoeringsorganisatie is vrij om te kiezen op welke wijze en met welke snelheid zij de overgang realiseert. Belangrijk is dat uiterlijk in 2022 de taxaties van woningen gebaseerd zijn op de gebruiksoppervlakte en dat de geregistreerde gebruiksoppervlakte nauwkeurig en gedetailleerd genoeg is om de taxaties op te kunnen baseren.

Met de huidige stand van de techniek is het gebruiken van digitale hulpmiddelen daarbij zeker één van de mogelijkheden die naar onze mening kan leiden tot een goed eindresultaat, langs een efficiënte haalbare weg.  We kunnen echter geen antwoord geven op de vraag welk hulpmiddel voor een gemeente het meest geschikt is. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de omstandigheden (bijvoorbeeld de samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente), de actueel beschikbare gegevens (wanneer en op welke wijze zijn de BAG-gebruiksoppervlakte en de WOZ-inhoudsgegevens voor het laatst gecontroleerd) en van een aantal keuzes die de gemeente maakt bij de aanpak. De gemeente kan bijvoorbeeld kiezen voor een kort intensief project of juist voor een geleidelijke overgang naar het taxeren op oppervlakte.

Bij de overgang naar het taxeren op gebruiksoppervlakten hanteren we een aantal voorlopige criteria. Deze zijn:

  1. het overgaan naar taxeren op gebruiksoppervlakte mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op een conversie van geregistreerde bruto-inhoudsmaten;
  2. de gebruiksoppervlakte van de verschillende deelobjecten moet afzonderlijk worden geregistreerd, als het onderscheid tussen deelobjecten waarde-relevant is (bijvoorbeeld de oppervlakte van een aangebouwde berging of een aangebouwde serre mag na de overgang niet opeens zijn opgegaan in de gebruiksoppervlakte van de woning als geheel, maar dient apart te worden geregistreerd);
  3. De absolute afwijking van de geregistreerde oppervlakte ten opzichte van de werkelijkheid (nauwkeurigheid) mag maximaal 5% zijn (bijvoorbeeld een vrijstaande woning is in werkelijkheid 100 m² dan mag de afwijking maximaal 5% van 100 m² bedragen). Deze nauwkeurigheidseis is daarmee strikter dan de nauwkeurigheidseis van de BAG;
  4. De relatieve afwijking in vergelijking met vergelijkbare woningen mag maximaal 3% bedragen (bijvoorbeeld bij repeterende bouw is de basiswoning in werkelijkheid 100 m² maar er is sprake van woningen met en zonder aanbouw. In dat geval het onderlinge verschil tussen de woningen een afwijking hebben van maximaal 3% van de oppervlakte van de woning);
  5. Bij volledig identieke woningen mag er geen verschil zijn in de geregistreerde gebruiksoppervlakte (dus relatieve afwijking is dus 0%);
  6. Bij minimaal 98 % van de woningen moet aan bovenstaande nauwkeurigheidseisen voldaan zijn.

Daarnaast is het van belang dat de overgang naar de registratie van en taxatie op basis van gebruiksoppervlakte beheerst en controleerbaar wordt uitgevoerd. Het is daarom van belang dat er na uitvoering van de overgang de organisatie beschikt over een "opleverrapportage" waarmee de overgang verantwoord kan worden. In deze rapportage staat dan bijvoorbeeld:

  • een beschrijving van het proces;
  • een beschrijving van de gehanteerde meetmethoden en hulpmiddelen;
  • de validatie van de uitgevoerde metingen en de inschatting van de bereikte nauwkeurigheid;
  • een opsomming van de categorieën woningen met de aanduiding welke meetmethode is toegepast en voor welk deel wellicht aanvullende metingen zijn gedaan, bijvoorbeeld met het oog op de inschatting van de bereikte nauwkeurigheid.

Met bovenstaande criteria als uitgangspunt bij de overgang naar het taxeren van woningen op gebruiksoppervlakte zal deze overgang succesvol verlopen.

Aandacht voor tegengestelde belangen

Sinds de WOZ-waarde ook gebruikt wordt voor het woningwaarderingsstelsel (voor het bepalen van de maximaal redelijke huurprijs van een woning) kan er sprake zijn van een tegengesteld belang bij een WOZ-waarde. Een huurder heeft graag een lage WOZ-waarde, want dat betekent ook een lage maximale huurprijs. Een verhuurder heeft belang bij een hoge WOZ-waarde, want dat betekent dat de maximaal toegestane huurprijs hoger is. Overigens heeft deze verhuurder zeker ook belang bij een lage WOZ-waarde, want de verhuurder betaalt OZB, watersysteemheffing en verhuurderheffing op basis van deze WOZ-waarde.

Het uitgangspunt is natuurlijk dat uiteindelijk alle partijen belang hebben bij een juiste WOZ-waarde, die overeenkomt met de feitelijke marktwaarde van de woning. Daarom zal de gemeente steeds proberen een zo zuiver mogelijke waarde te taxeren van alle woningen.

Het is echter wel van belang om aandacht te hebben voor het mogelijk tegengestelde belang tussen een huurder en een verhuurder. Deze aandacht is met name van belang wanneer één van beide partijen (of wellicht beide) bijvoorbeeld in het kader van bezwaar, verzoekt om een heroverweging van de taxatie. Deze belanghebbende zal daarbij argumenten aangeven, waarom hij of zij van mening is dat de waarde te hoog of juist te laag is vastgesteld. Wanneer de gemeente mede op basis van die argumenten tot het voornemen komt om de vastgestelde waarde aan te passen, is het belangrijk dat men ook aandacht besteedt aan "het tegengestelde belang". Immers de andere belanghebbende heeft wellicht juist argumenten om aan te geven dat de waarde juist helemaal niet te hoog of te laag is vastgesteld. Bij dit soort gevallen raden wij aan om contact te hebben met de andere belanghebbende, voordat men de WOZ-waarde definitief wijzigt.

Wij krijgen namelijk af een toe een signaal van een "verraste belanghebbende". Wanneer de gemeente naar aanleiding van een bezwaar van een huurder de WOZ-waarde verlaagt, krijgt de verhuurder een ambtshalve vermindering van de WOZ-waarde. Door het woningwaarderingsstelsel kan deze vermindering van de WOZ-waarde van een huurwoning financieel nadelig zijn voor de verhuurder. Deze verhuurder kan hierdoor verplicht worden de huur te verlagen. Ondanks dit effect voor de verhuurder kan hij tegen deze ambtshalve vermindering geen bezwaar maken of beroep aantekenen.

Daarom denken wij dat het verstandig is, wanneer gemeenten (uitvoeringsorganisaties) bij verlaging van de WOZ-waarde van een huurwoning naar aanleiding van een bezwaar van de huurder, voordat definitief de waarde wordt verminderd, even contact hebben met de woningbouwcorporatie of andere verhuurder van de woning.

Omzetting inhoud naar oppervlakte bij BghU

Inmiddels hebben de meeste gemeenten wel in beeld hoe zij de overgang van kubieke meters (bruto inhoud) naar vierkante meters (gebruiksoppervlakte) voor woningen gaan aanpakken. Er zijn voor deze overgang in toenemende mate hulpmiddelen beschikbaar en het is daarbij goed om te leren van elkaars ervaringen. Dus willen we graag de ervaringen van een samenwerkingsverband dat inmiddels helemaal over is op het gebruik van de gebruiksoppervlakte van woningen voor de taxatie met u delen.

Het samenwerkingsverband BghU (Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht) werkt voor al haar gemeenten nu volledig met de gebruiksoppervlakte. Op 1 januari 2014 is BghU gestart met drie deelnemers te weten: de gemeenten Utrecht en De Bilt en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. In 2015 zijn ze uitgebreid met vijf nieuwe deelnemers, de gemeenten Bunnik, Houten, Lopik, Nieuwegein en Zeist. In 2016 is de gemeente Utrechtse Heuvelrug toegetreden. Op dit moment waardeert de BghU zo’n 304.000 objecten.

De eerste deelnemende gemeenten Utrecht en De Bilt zijn al gewaardeerd op basis van de gebruiksoppervlakte. De zes nieuwe aansluitende deelnemers gebruikten bij de overgang echter allemaal de bruto inhoud van woningen voor de taxatie. BghU achte het onwenselijk om deels met bruto inhoud te werken en deels met gebruiksoppervlakten. BghU wil immers zo uniform mogelijk werken in  één automatiseringsomgeving. Verder geeft het gebruik van bruto inhoud naast gebruiksoppervlakte veel risico op vergissingen en het gebruik van onderbouwingen uit andere gemeenten wordt bijvoorbeeld bemoeilijkt. Daarom heeft men ervoor gekozen dat bij overgang van een gemeente naar BghU men binnen één jaar over moest stappen op de gebruiksoppervlakte. 

Dit was uiteraard een forse uitdaging omdat niet alleen de gebruiksoppervlakten, maar ook de taxatiewaarden gebaseerd op deze gebruiksoppervlakten voor het volgende  belastingjaar tijdig beschikt moest worden. Er is daarom zo veel mogelijk gewerkt met het combineren van beschikbare Informatie  vanuit verschillende kanalen.

Per gemeente heeft er eerst een inventarisatie plaatsgevonden van alle beschikbare gegevens en is de kwaliteit van die gegevens beoordeeld. Vervolgens is er in overleg met en per gemeente een plan van aanpak gemaakt en heeft overleg plaatsgevonden met de BAG-afdelingen van de deelnemende gemeenten. Het opnieuw bepalen van de gebruiksoppervlakte kan immers ook betekenen dat de in de BAG geregistreerde oppervlakte aangepast moet worden. Intensieve samenwerking met de BAG is daarom belangrijk ook in de situatie dat de WOZ-registratie bij het samenwerkingsverband ligt en de BAG bij de afzonderlijke gemeenten.

Voor de uniforme bouw (in enkele van de genoemde gemeenten bestaat een groot gedeelte van de woningvoorraad uit zeer homogene woningbouw) is gewerkt met specifieke conversietabellen. Steeds zijn daarbij echter ook steekproefsgewijs de bouwvergunningen bekeken en gegevens uit de vergunning gebruikt en/of bouwtekeningen gemeten. De meer unieke objecten zijn allemaal vanuit de bouwvergunningen ingemeten. BghU bevindt zich nu in de laatste fase van het project qua verfijningen, controles (steekproeven) en domino effecten.

Na het grote overgangsproject blijft natuurlijk permanent aandacht nodig voor juiste registratie van de gebruiksoppervlakte en voor controle van de gebruiksoppervlakten. Zowel tijdens het overgangsproject als regulier als onderdeel van de marktanalyse wordt de vergelijking  gemaakt tussen de gegevens die i-WOZ aanlevert over te koop staande woningen en de gebruiksoppervlakte in de WOZ-administratie. Daar waar uit deze vergelijking een verschil van meer dan 5 m2 of meer dan 5% wordt geconstateerd, wordt de bouwvergunning opnieuw ingemeten en/of wordt beoordeeld of er ten opzichte van de vergunning iets aan het object is gewijzigd.

Met de woningbouwverenigingen is overleg gevoerd met betrekking tot het meten en heeft een afstemming van gebruiksoppervlakten plaats gevonden. Bij BghU staat nu dezelfde gebruiksoppervlakte geregistreerd als bij de corporaties.

Tot slot zijn in diverse geselecteerde wijken van deelnemende gemeente nog opnames ter plaatse uitgevoerd voor bestandscontroles. Dit is met name belangrijk, omdat de werkelijkheid lang niet altijd in overeenstemming is met de bouwtekeningen van de (laatste) bouwvergunning. De resultaten van deze opnames ter plaatse zijn natuurlijk weer teruggerapporteerd aan en afgestemd met de BAG afdelingen van de verschillende gemeenten.

Al met al een boeiend traject dat heeft geleid tot meer inzicht in de kwaliteit van de WOZ-administratie en een garantie voor een goede basis voor de toekomst.

Notificaties vanuit gemeenteportaal

Vanaf 12 juli 2017 verstuurt het gemeenteportaal van de site van de Waarderingskamer automatische emailberichten (notificaties), wanneer er iets wijzigt op een pagina van de desbetreffende gemeente of uitvoeringsorganisatie. Deze notificatie wordt gestuurd naar geabonneerden van de betreffende organisatie. Indien u als contactpersoon benchmark, onderzoeken of vragenlijsten in het gemeenteportaal geregistreerd staat, ontvangt u daarom sinds 12 juli een notificatie van een wijziging op het voor u relevante onderwerp. De officiële contactpersoon ontvangt altijd een melding van een wijziging van het algemeen oordeel en van de instemming tot beschikken.

Mocht u over een bepaald onderwerp geen, of juist wel notificaties willen ontvangen, kunt u dit zelf wijzigen als u inlogt op het gemeenteportaal en klikt op ‘mijn gegevens’. Meer uitleg vindt u op onze website.

Wij raden u daarom aan om na te gaan of de informatie die over u is geregistreerd (bijvoorbeeld uw emailadres) en de aan u toegekende rollen correct is. Indien uw rol niet klopt, kan de beheerder van uw organisatie deze wijzigen. Mocht u uw wachtwoord vergeten zijn, kunt u kiezen voor de optie ‘wachtwoord vergeten’.
Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze mail, dan kunt u contact opnemen met Noisa van Malkenhorst via portaal@waarderingskamer.nl of 070 311 05 55.

Onderzoek kwaliteit taxaties

Ook dit jaar zullen we weer bij circa 100 gemeenten een onderzoek doen naar de kwaliteit van de nieuwe taxaties naar de waardepeildatum 1 januari 2017, naast de beoordeling van de kengetallen uit de zelfevaluatie kwaliteit taxaties. Tijdens deze onderzoeken beoordelen we:

  • de juistheid en volledigheid van de objectkenmerken van de woningen en niet-woningen;
  • de aansluiting op marktniveau voor de woningen, de courante-niet-woningen en de agrarische objecten;
  • de juistheid van de onderlinge waardeverhoudingen voor de woningen en courante niet-woningen;
  • het toepassen van de taxatiewijzers en het gebruik van TIOX bij de incourante niet-woningen en agrarische objecten.

In voorbereiding op deze onderzoeken vragen we een Stuf-TAX op bij de gemeente. Wanneer een gemeente geen Stuf-TAX meer gebruikt en volledig is overgestapt op het binnengemeentelijk berichtenverkeer, vragen wij een aantal bestanden met XML-berichten vanuit de gemeentelijke administratie. Van gemeenten die begin 2017 nog niet waren aangesloten op de LV WOZ, vragen wij ook nog een Stuf-WOZ bestand. Deze gegevens bewerken en analyseren we in onze voorbereiding. Hiermee beogen we een goed beeld te krijgen in hoeverre de gemeente voldoet aan de bovengenoemde punten.

In een aantal vooraf geselecteerde gemeenten hebben wij veldcontroles uitgevoerd (zie elders in dit WOZ-journaal). De bevindingen uit deze veldcontroles over de kwaliteit van de geregistreerde objectkenmerken worden meegenomen in onze beoordeling en bespreking met de gemeente (uitvoeringsorganisatie)

Rest ons u veel succes te wensen met de verdere uitvoering van de werkzaamheden voor de herwaardering naar waardepeildatum 1 januari 2017.