Waarderingskamer

02 WOZ Journaal Juni 2019

Nieuwsbrief Waarderingskamer over de Wet Waardering Onroerende Zaken

In deze nieuwsbrief blikken wij onder andere terug op de BAG-WOZ studiedagen. Samen met Kadaster, Ministerie van BZK en VNG hebben we op die dagen ruim 600 enthousiaste mensen ontmoet. Centraal tijdens deze dagen stond de overgang van het taxeren van woningen door deze aan de hand van de gebruikoppervlakte te vergelijken. Het zorgen voor betrouwbare gebruiksoppervlakte in de WOZ-administratie is een mooie gelegenheid om de samenwerking tussen BAG en WOZ te intensiveren.

Hoe deze samenwerking in de praktijk kan werken, blijkt bijvoorbeeld uit een bijdrage vanuit de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

 

Geslaagde BAG-WOZ studiedagen Samen meten, Samen weten

Onder leiding van dagvoorzitter Katinka Baehr hebben zeshonderd BAG- en WOZ beheerders in april deelgenomen aan één van de vier regionale BAG-WOZ studiedagen over de gebruiksoppervlakte met het motto 'Samen meten, Samen weten'.

De bronhouders van BAG en WOZ staan gezamenlijk voor een enorme uitdaging om voor de WOZ-waardering van woningen gebruik te gaan maken van de gebruiksoppervlakte. Nu doen veel gemeenten en samenwerkingsverbanden deze WOZ-taxaties nog aan de hand van de bruto inhoud van woningen. Een grootschalige optimalisatieslag voor de gebruiksoppervlakte met kansen en keuzes. Deze optimalisatie moet in 2021 zijn afgerond, want uiterlijk in 2022 (waardepeildatum 1 januari 2021) moeten alle WOZ-taxaties van woningen gebaseerd zijn op deze gebruiksoppervlakte. 

Daarom organiseerden het ministerie van BZK, het Kadaster, de VNG en de Waarderingskamer samen met gemeenten (en samenwerkingsverbanden) deze BAG-WOZ studiedagen.

Hoe pak je deze uitdaging aan?

In een open sfeer maakten BAG- en WOZ-beheerders kennis met elkaar en deelden ervaringen via de catchbox (een werpmicrofoon in een schuimrubberen dominosteen). Aan de hand van presentaties van BZK, Waarderingskamer en Kadaster kwamen achtergrond, theorie en casussen voorbij. Daarnaast presenteerden enkele gemeenten en samenwerkingsverbanden hun ervaringen met het meten van de gebruiksoppervlakte.

Vele praktische vragen werden beantwoord over de meetinstructie, overeenkomsten en verschillen tussen BAG en WOZ, terugmelden, samenwerking en beheer. Maar ook ontwikkelingen als de nieuwe afbakeningsflyer, vernieuwing van de branchebrede meetinstructie, praktijkhandleiding BAG en DiS Geo (Doorontwikkeling in Samenhang) kwamen aan de orde.

Deelnemers reageerden enthousiast op de praktijkvoorbeelden van gemeenten, samenwerkingsverbanden en leveranciers met handvatten voor de eigen praktijk. Alle presentaties staan op onze site. Daar presenteren we ook de naar aanleiding van de vier bijeenkomsten gestelde vragen en antwoorden. De komende tijd zal de lijst met vragen en antwoorden verder worden uitgebreid. Wordt uw vraag daar nog niet beantwoord, mail deze naar info@waarderingskamer.nl en we zorgen dat ook die vraag beantwoord zal worden.

Ja, was de conclusie, het is een flinke uitdaging, waarvoor samenwerken tussen BAG en WOZ noodzakelijk is. Maar het merendeel van de organisaties is al druk bezig en heeft in ieder geval een scenario bepaald voor de aanpak. Het overgrote deel van de aanwezige organisaties verwacht dan ook op tijd klaar te zijn.

En wat is volgens de aanwezigen nodig om het project tot een succes te maken? Geld, capaciteit en samenwerking. Snel aan de slag, niet wachten maar doen en leer van de ervaringen van anderen. Door samen te werken op het terrein van gebruiksoppervlaken is het zeker mogelijk: éénmaal meten voor BAG en WOZ. Stop dus met werken op eilandjes.

bag-woz

Zijn zolders afzonderlijke WOZ-deelobjecten?

Meestal niet.

De aard van een zolder bij een woning kan heel verschillend zijn. Bij de ene woning is de zolder alleen een bergruimte zonder adequaat daglicht die met een vlizotrap bereikbaar is, terwijl bij de andere woning de zolder een volwaardige (slaap)verdieping is. Daarom kan de vraag ontstaan of het niet nodig is om een zolder altijd apart te registreren en daarbij dan ook kenmerken als toegankelijkheid (vaste trap of niet) en functie (hoogte van het dak, mate van daglicht toetreding) vast te leggen.

Voor de WOZ-taxaties is het bij de meeste woningen niet nodig om deze kenmerken van de zolder afzonderlijk vast te leggen. De WOZ-waarde wordt immers primair bepaald door vergelijking met andere woningen en in de meeste gevallen zullen de meest direct vergelijkbare woningen een "vergelijkbare zolder" hebben. De oppervlakte van de zolder kan dus gewoon onderdeel uitmaken van de gebruiksoppervlakte van het WOZ-deelobject woning. Dankzij het voorschrift in de meetinstructie dat bij de gebruiksoppervlakte alleen de oppervlakte met een hoogte vanaf 1,5 meter gemeten wordt, wordt er adequaat rekening gehouden met een eventuele beperkte bruikbaarheid van de ruimte op zolder.

Alleen wanneer er sprake is van een "bijzondere zolder" kan het wenselijk zijn om deze wel als afzonderlijk WOZ-deelobject vast te leggen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een zeer grote zolder bij een (woon) boerderij of een woning waarbij een grootschalige verbouwing heeft plaatsgevonden in vergelijking met de woningen in de omgeving door bijvoorbeeld de kap te verhogen.

Bij het gebruik van de gebruiksoppervlakte voor de WOZ-taxaties kan wat betreft het afbakenen van WOZ-deelobjecten dus dezelfde werkwijze gehanteerd worden als bij het gebruik van de bruto inhoud om woningen te vergelijken.

Eerste certificaten WOZ-medewerker uitgereikt

Uitreiking WOZ-certifcaten

Op 8 april 2019 heeft Jan Gieskes bij de Waarderingskamer de eerste certificaten, WOZ-medewerker,  uitgereikt aan medewerkers van BSGR en Kondar. Rond diezelfde datum heeft hij dat ook gedaan aan een groep medewerkers van de gemeente Amsterdam. Zij hebben na hun opleiding WOZ-medewerker met succes het nieuwe WOZ-examen voor WOZ-medewerker gedaan. Deze module WOZ-medewerker is een prima basis voor veel werkzaamheden binnen het WOZ-domein. Maar deze module is binnen het nieuwe modulaire WOZ-examen ook de toegangskaart voor de diverse specialistische vervolgopleidingen en examens, zoals WOZ-taxateur, WOZ-coördinator, specialist gegevensbeheer of juridisch specialist.

WOZ in de praktijk: Pijnacker-Nootdorp

Integrale mutatiesignalering WOZ-BAG-BGT-BOR

Sinds de intrede van het Stelsel van Basisregistraties is het credo: “éénmalig inwinnen, meervoudig gebruik”. In de praktijk wordt dit uitgangspunt door diverse redenen vaak nog niet gehaald.

Om te voldoen aan actualiteitseisen van de BAG en BGT laten veel BGT-bronhouders jaarlijks een mutatiesignalering uitvoeren. Soms, maar lang niet altijd, liften WOZ-afdelingen hier in mee. Gezamenlijke jaarlijkse mutatiesignalering is echter zeker wenselijk. Een deel van die signalering voor de BGT heeft namelijk zeker ook gevolgen voor de WOZ. Het resultaat levert in die gevallen nu vaak afzonderlijke vervolgwerkzaamheden op voor de WOZ-afdeling, zoals controle, aanvullende objectkenmerken inwinnen en verwerken, etc.

Vanuit het WOZ-domein is er behoefte aan een aanpak waarbij:

  • De BAG- en BGT-registratie volledig en actueel is;
  • De WOZ-registratie gecontroleerd is op actualiteit en volledigheid waarmee invulling is gegeven aan onder meer de 20% controlenorm die de Waarderingskamer stelt;
  • Beter geharmoniseerde datasets voor BAG en WOZ voor bijvoorbeeld de transitie naar waarderen op gebruiksoppervlakte;
  • Werkzaamheden in samenhang worden uitgevoerd, zodat er geen "BGT-controles" of "WOZ-controles" meer zijn, maar alleen geïntegreerde activiteiten.

Om invulling te geven aan deze behoefte en voorbereidende stappen te zetten richting een samenhangende objectenregistratie heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp gekozen voor een integrale aanpak van alle activiteiten rondom de geo-registraties..

Niesje van Dam, Ada van Maanen en Peter van Wijnen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp vertellen daar graag over: 'Bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp is vanaf 1 april 2018 gestart met de afdeling ruimte, belasting en gegevensbeheer. Hiermee zijn in het team gegevensbeheer de basisregistratie BRP, BAG, BGT, WOZ en de overige geo-registraties, waaronder de regsitraties voor beheer openbare ruimte (BOR) bij elkaar gebracht.'

Het werken vanuit één afdeling is de eerste stap naar een efficiënt inwinproces. Doordat we bij elkaar zitten en echt samenwerken, kunnen we de onderlinge samenhang tussen de registraties versterken en ontstaan er geharmoniseerde datasets. Wanneer er nu mutaties zijn, verwerken we die meteen in alle genoemde registraties en ook bij signalen over mogelijke onjuistheden in een registratie, kijken we direct naar de samenhang tussen de registraties.

Naast het afstemmen van de normale werkzaamheden, willen we ook dat onze basisregistraties consistent zijn en overeenkomen met de situatie buiten. Met VGI-Support hebben we een daarom een start gemaakt met de synchronisatie van de BAG, WOZ en BGT-bestanden. Door deze integrale aanpak van vergelijking van de diverse registraties worden de volgende doelstellingen behaald:

  1. De geometrie van BAG en BGT is geactualiseerd conform de wettelijke termijnen;
  2. Vooruitlopend op BAG 2.0 zijn alle (nieuwe BAG-) objecten geïnventariseerd;
  3. De volledigheid en juistheid van de BAG-WOZ koppeling is getoetst en geoptimaliseerd;
  4. De volledigheid van de WOZ-administratie van woningen is getoetst en geoptimaliseerd.

Door VGI-Support zijn bestanden aangeleverd met mutaties/correcties die voortkomen uit deze vergelijking, zodat deze mutaties snel verwerkt konden worden in de diverse administraties. Door de mutaties/correcties in de WOZ-administratie is de waardering voor belastingjaar 2019 al met de geoptimaliseerde gegevens uitgevoerd. Dankzij de onderlinge vergelijking van de bestanden hebben we veel meer overzicht en en vertrouwen in de kwaliteit van de informatie. De verschillende WOZ-deelobjecten staan op de juiste plaats op de kaart en door het gebruik van de kaart is er sprake van een aanzienlijk efficiënter BAG-WOZ proces.

Door de gekozen route hebben we nu een optimaal startpunt voor de overstap naar de gebruiksoppervlakte voor de WOZ-taxaties, doordat zowel de WOZ-registratie als de BAG-geometrie al geoptimaliseerd zijn. Doordat de basisregistraties bij elkaar in een team zitten, ontstaat de synergie ook op de werkvloer. Daardoor is de doorontwikkeling naar een WOZ-kaart en de centrale objectenregistratie een hele natuurlijke en logische stap. Pijnacker-Nootdorp is er klaar voor!

LV WOZ, is uw software up to date?

Het doel van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ) is om te zorgen dat de afnemers volledige en correcte informatie krijgen. Om die reden worden diverse controles uitgevoerd op de berichten die gemeenten (bronhouder) aanleveren.

Op basis van de ervaringen met de gegevenslevering aan de afnemers is sinds begin 2019 een aantal controles strikter gemaakt. Dit kan ertoe leiden dat een bronhouder nu meer foutmeldingen krijgt dan in het verleden. Het is belangrijk dat men werk maakt van deze foutmeldingen. Berichten waarover een foutmelding wordt ontvangen, worden immers niet verwerkt in de LV WOZ. Op dat moment zijn de gegevens in de LV WOZ dus niet meer actueel en is niet langer voldaan aan de eis dat de LV WOZ een conforme kopie bevat van de gegevens in de gemeentelijke database.

Leveranciers van WOZ-applicaties zijn op de hoogte van de controles die de LV WOZ uitvoert. Zij proberen er steeds voor te zorgen dat hun systeem enerzijds berichten probeert te voorkomen die leiden tot een foutmelding en anderzijds functionaliteit biedt om foutmeldingen correct af te handelen door het herstellen van de fout in de gemeentelijke data en de gecorrigeerde gegevens opnieuw aan te bieden aan de LV WOZ.

Het is daarom wel belangrijk dat alle bronhouders werken met de meest recente versie van de software voor hun WOZ-administratie. Immers deze meest recente versie is ook afgestemd op de actuele controles die door de LV WOZ worden uitgevoerd.

Elburg en Zaltbommel profiteren samen van "benchlearning WOZ"

Al een aantal jaren doet de gemeente Zaltbommel mee met de Benchmark WOZ die door de Waarderingskamer wordt georganiseerd. Dit houdt in dat zij alle WOZ-kosten in beeld brengen zodat exact berekend wordt wat de kosten per object zijn en welke activiteiten deze kosten veroorzaken. De door de gemeente inzichtelijke gemaakte kengetallen over de WOZ-kosten worden door een vragenlijst aangeleverd aan de Waarderingskamer. De Waarderingskamer brengt deze cijfers samen, analyseert deze en publiceert deze op het Dashboard Benchmark WOZ. Dankzij deze publicatie kan elke gemeente de eigen kosten vergelijken met die van andere.

Voor de derde maal op rij organiseert de Waarderingskamer ook benchmark gesprekken tussen vergelijkbare gemeenten. Dit keer had de Waarderingskamer de gemeente Elburg uitgekozen voor een benchmarkvergelijking met de gemeente Zaltbommel. Op 4 februari 2019 ging Erna van Gils van de gemeente Zaltbommel dan ook op pad naar de gemeente Elburg.

Erna geeft aan dat de Waarderingskamer een goede keus had gemaakt. Het was ontzettend leuk om te ontdekken dat Zaltbommel veel overeenkomsten heeft met de gemeente Elburg. Het is ook een landelijke gemeente met een vestingstad. We gebruiken hetzelfde belastingpakket en dezelfde taxatiemodule, De gemeente Elburg heeft ongeveer 1.500 objecten minder, maar het aantal bezwaarschriften is ongeveer gelijk. Alleen hebben wij in Zaltbommel aanzienlijk meer bezwaren op basis van no cure no pay.

Maar er zijn meer verschillen. Zo heeft de gemeente Elburg bijvoorbeeld een taxateur in dienst en zijn bij ons de taxatiewerkzaamheden uitbesteed aan een taxatiebureau. Dit levert dan ook een andere verdeling in kosten op. Het was al met al een leuke en leerzame ervaring. Deze ervaring stimuleert zeker om mee te blijven doen met de benchmark en we gaan ook zeker een volgende keer weer gebruik maken van de mogelijkheid van een benchlearninggesprek.

Benchmark Elburg, Zaltbommel

Nieuwe WOZ-examens

Sinds begin 2019 kan men het nieuwe WOZ-examen doen. Dit nieuwe examen bestaat uit zes modulen. Iedereen begint met de module "WOZ-medewerker". Daarna kan men één of meer van de specialisten modules doen. Er zijn twee modules voor taxateurs (woningen en niet-woningen), een module voor specialist gegevensbeheer, één voor WOZ-coördinator en één voor juridisch specialist.

Met deze diverse modules is er voor iedereen die actief is bij de WOZ-uitvoering wel een module die aansluit op het dagelijks werk. Het nieuwe modulaire WOZ-examen sluit daarmee veel meer aan op de diversiteit aan mensen die werkzaam zijn bij gemeenten, samenwerkingsverbanden en dienstverleners voor de WOZ-uitvoering dan het oude "one size fits all" WOZ-examen. Duidelijk is bijvoorbeeld dat er in het nieuwe examen (ook in de basismodule voor WOZ-medewerker) veel meer aandacht is voor het bijhouden van de WOZ-administratie en de samenhang met het stelsel van basisregistraties.

Omdat het nieuwe modulaire WOZ-examen zo sterk verschilt van het oude WOZ-examen wordt wel gezegd dat het oude WOZ-examen zijn geldigheid heeft verloren. Dat klopt in die zin dat wanneer je het oude WOZ-examen hebt gehaald, je geen toegang hebt om de specialisten modules van het nieuwe examen te doen. Iedereen moet beginnen met de module WOZ-medewerker, ook degenen die eerder zijn geslaagd voor het oude WOZ-examen.

Betekent het feit dat in 2019 het oude WOZ-examen is vervallen dan ook automatisch dat iedereen die in het verleden dit examen gehaald heeft, dit jaar opnieuw examen moet doen? Nee, formeel is er geen eis dat iedereen nu in 2019 opnieuw examen moet doen.

Maar zowel voor de organisatie als voor de medewerker is het wel erg aantrekkelijk om naar de voordelen te kijken van het nieuwe examen. In de Waarderingstructie staan rollen benoemd die een organisatie op één of andere wijze ingevuld moet hebben om de WOZ goed te kunnen uitvoeren. Bij die rollen staan ook eisen geformuleerd aan de vakbekwaamheid. Met het nieuwe WOZ-examen kan een organisatie veel beter bewaken of de mensen binnen de organisatie ook "bekwaam" zijn voor de rol die zij vervullen. Voor de organisatie kan het dus heel aantrekkelijk zijn om voor het evalueren of de beschreven rollen ook adequaat zijn ingevuld medewerkers een voor die rol passend certificaat te laten halen uit de moduels voor het nieuwe WOZ-examen.

Maar ook voor medewerkers is het interessant om met behulp van een certificaat te laten zien dat je bij bent op je vakgebied. Dat geldt voor mensen die nieuw beginnen aan werkzaamheden in het WOZ-domein, maar zeker ook voor mensen die al jaren in de WOZ-werkzaam zijn. Er is de afgelopen jaren veel veranderd in ons vakgebied, bijvoorbeeld op het terrein van gegevensbeheer en de basisregistraties en iedereen moet door permanente educatie meegroeien met deze ontwikkelingen. Met een actueel certificaat uit het nieuwe WOZ-examen kan je aan de organisatie, maar ook aan externen laten zien dat je bij bent. Met het certificaat kan iedereen uitstralen dat we bezig zijn met een vak waar we trots op zijn.

Wij hopen dat er de komende jaren veel mensen slagen voor één of meer modules uit het WOZ-examen.

Stuf-WOZ en Stuf-TAX: Eind van een tijdperk nadert

De afgelopen ruim twintig jaar zijn Stuf-WOZ bestanden en Stuf-TAX bestanden intensief gebruikt om WOZ-gegevens uit te wisselen tussen organisaties (bijvoorbeeld van een gemeente naar de Belastingdienst of van een taxatiebureau naar de gemeente) en tussen applicaties (bijvoorbeeld tussen een taxatie-applicatie en de WOZ-administratie.

Maar dit oude formaat sluit niet meer aan op de noodzakelijke inhoud van de gegevens. Zo kunnen in de Stuf-WOZ bestanden en de Stuf-TAX bestanden geen gegevens over bijvoorbeeld BAG-objecten worden uitgewisseld, terwijl de samenhang tussen BAG en WOZ toch steeds belangrijker wordt. Maar ook het uitwisselen van ASCII bestanden past niet meer bij de huidige eisen aan informatieveiligheid bij de uitwisseling van gegevens.

Daarom zien we dat op veel plaatsen de Stuf-WOZ bestanden en de Stuf-TAX bestanden al vervangen zijn door veilig xml-berichtenverkeer. Voor gemeenten zijn bijvoorbeeld de Stuf-WOZ bestanden al volledig verleden tijd, nu men aangesloten is op de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). De Belastingdienst en waterschappen krijgen vanuit de LV WOZ op dit moment nog wel Stuf-WOZ bestanden, maar afgesproken is dat dit nog uiterlijk tot eind 2020 gebeurt. Op dat moment nemen we definitief afscheid van het Stuf-WOZ formaat.

Zoveel mogelijk parallel daaraan, dus ook eind 2020, willen we afscheid nemen van het Stuf-TAX formaat. Veel gemeenten hebben de transitie naar xml-berichten tussen hun belangrijkste applicaties achter de rug of zijn er mee bezig. Maar het Stuf-TAX formaat wordt ook op veel andere plaatsen gebruikt, zoals het publiceren van taxatieverslagen op een site, het leveren van gegevens aan Dataland of zelfs het leveren van gegevens aan de Waarderingskamer. De komende periode willen we zorgen dat voor alle toepassingen waar nu nog Stuf-TAX wordt gebruikt er een verantwoord alternatief is, gebaseerd op het xml-berichtenverkeer. Zeker bij het veranderen van koppelingen tussen systemen of het plannen van de investeringen in informatie-infrastructuur is het belangrijk om rekening te houden met dit naderende einde van een uitwisselingsformaat dat al veel langer wordt gebruikt dan ooit iemand had durven voorspellen.

Kosten Waarderingskamer, begroting 2020

De Waarderingskamer heeft eind april haar jaarverslag over 2018 gepubliceerd en daarin zijn ook de kosten van de organisatie inzichtelijk gemaakt. De kosten van de Waarderingskamer worden volgens vaste verdeelsleutels gedragen door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen.

Tot 2019 werd de bijdrage van de gemeenten voldaan via het gemeentefonds. Met ingang van 2019 hebben alle gemeenten een factuur omtvangen van de Waarderingskamer voor hun aandeel in de totale gemeentelijke bijdrage aan de kosten van de Waarderingskamer en de kosten van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). Dat aandeel wordt berekend op basis van het aantal WOZ-objecten in de LV WOZ op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Voor de bijdrage 2019 waren dat dus het aantal WOZ-objecten op 1 januari 2018.

Veruit de meeste gemeenten hebben hun bijdrage redelijk snel voldaan. Omdat het de eerste keer was dat gemeenten de Waarderingskamer moesten betalen, was dat voor de Waarderingskamer best nog wel spannend. Volgens het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet WOZ moet een gemeente binnen vier weken de factuur voldoen. Op een enkele gemeente na, zijn nagenoeg alle bedragen inmiddels ontvangen.

Natuurlijk kan een gemeente een factuur alleen voldoen als met de betaling ook rekening is gehouden in de gemeentebegroting. We krijgen dan ook al vragen van gemeenten of we een prognose kunnen geven over de hoogte van de bijdrage voor volgend jaar. Een indicatie daarvan is zeker te geven. De begroting van de Waarderingskamer voor 2020 is immers al vastgesteld. Wel kan de Waarderingskamer in november nog besluiten om de bedragen in de vastgstelde begroting te verhogen met een indexering voor loon- en prijsstijgingen. Verder volgt er mogelijk nog een inhoudelijke bijstelling als blijkt dat de middelen niet toereikend zijn voor het realiseren van het dit najaar op te stellen werkplan 2020.

In hoofdlijnen zal de stijging van de bijdrage die een individuele gemeente betaalt procentueel gelijk zijn aan de stijging van de begroting van de Waarderingskamer als geheel. We kan er sprake zijn van kleine verschuivingen als gevolg van veranderingen in het aantal WOZ-objecten binnen een gemeente. Voor een gemeente waar het aantal WOZ-objecten sterker dan gemiddeld toeneemt (bijvoorbeeld als gevolg van grootschalige nieuwbouw) zal de bijdrage aan de kosten van de Waarderingskamer sterker stijgen dan voor een gemeente met een stabiel aantal.

De definitieve aantallen objecten die voor de berekening wordt gebruikt, zijn nog niet bekend. Kortom de factuur voor 2020 kan nog niet definitief worden bepaald. Maar gemeenten die voor de eigen begroting een schatting willen maken kunnen op basis van het in 2019 in rekening gebrachte bedrag een inschatting maken. De stijging van de begroting 2020 van de Waarderingskemer en van de Landelijke Voorziening WOZ zoals deze nu wordt voorzien bedraagt 0,6%. Het in 2019 betaalde bedrag, met een beperkte stijging is daarmee een goede indicatie voor het bedrag dat naar verwachting begin 2020 in rekening zal worden gebracht.

Voor zover van belang, verzoeken wij de WOZ coördinatoren van gemeenten en samenwerkingsverbanden de financiële afdelingen te informeren. Ook wanneer een gemeente de WOZ-activiteiten heeft ondergebracht in een samenwerkingsverband, ontvangt de gemeente onze factuur. De desbetreffende financiële afdeling van de gemeente zal deze informatie over de verwachte hoogte van het te factureren bedrag wellicht op prijs stellen.

Zicht op de WOZ-keten: inkomensafhankelijke huurverhoging

Het feit dat de OZB en het eigenwoningforfait gebaseerd zijn op de WOZ-waarde en dat het daarom belangrijk is dat gemeenten en Belastingdienst beschikken over deze WOZ-waarden is algemeen bekend. Maar er zijn inmiddels in de ketens rondom het stelsel van basisregistraties ook vormen van gebruik van WOZ-gegevens die veel minder bekend zijn. En onbekend maakt onbemind. Dat heeft soms tot gevolg dat veranderingen in de WOZ-administratie bij bronhouders ongewenste effecten kunnen hebben op de werking van deze ketens.

Eigenaren van sociale huurwoningen mogen jaarlijks de huur slechts verhogen met een percentage dat ligt onder het jaarlijks vastgestelde maximale percentage. Echter het maximale percentage is gedeeltelijk afhankelijk van het inkomen van de huurder. Deze inkomensafhankelijke huurverhoging is mogelijk gemaakt om het zogenaamde "scheefwonen" (mensen met een hoog inkomen in een gesubsideerde woning met een lage huur) tegen te gaan.

Maar natuurlijk hoeft niet iedere huurder zijn inkomen op te geven aan zijn verhuurder. Om toch de inkomensafhankelijke huurverhoging mogelijk te maken kan de verhuurder van een woning bij de Belastingdienst een indicatie krijgen van het inkomen van de huurder (van de mensen woonachtig in de debetreffende woning). Die indicatie meldt dan alleen of men meer of minder dan het in de regelgeving vastgelegde drempelinkomen heeft. Heeft men een inkomen boven die drempel, dan mag de huur sneller stijgen.

De keten is zodanig ingericht dat de verhuurder kan inloggen op een portaal van de Belastingdienst. Van de ingelogde verhuurder is dan het rsin (Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden InformatieNummer, het identificerende nummer van rechtspersonen in het Handelsregister). bekend. De verhuurder kan dan via dit portaal alleen inkomensindicaties krijgen van woningen waarvoor deze verhuurder met rsin bekend is in de WOZ-administratie als belanghebbende eigenaar.

Mede om die reden is het belangrijk dat bij het registreren van een niet-natuurlijk persoon als belanghebbende in de WOZ-administratie steeds het rsin wordt geregistreerd. Maar we zien dat steeds vaker gemeenten er bewust of onbewust voor kiezen om de belanghebbende niet als een niet-natuurlijk persoon met het rsin als identificerend nummer te registreren, maar als een vestiging met een vestigingsnummer (ook uit het Handelsregister). Voor het gebruik van de WOZ-gegevens voor bijvoorbeeld de heffing van belastingen heeft het gebruik van een vestigingsnummer als identificatie van de belanghebbende geen gevolgen, maar het kan in de keten voor de inkomensafhankelijke huurverhoging wel betekenen dat deze verhuurder een aanzienlijk nadeel heeft. Zeker bij de registratie van belanghebbende eigenaren van (sociale) huurwoningen, heeft het dus de voorkeur primair het rsin als identiificerend nummer te gebruiken.