Waarderingskamer

Vragen over het meten van de gebruiksoppervlakte

Moeten we bij de gebruiksoppervlakte de overige inpandige ruimte apart registeren ?

Dit is niet verplicht binnen de BAG of de WOZ.

Er is gekozen voor een verplichting die haalbaar is voor alle 8 miljoen woningen in Nederland.

Indien we zouden kiezen voor een verplichte onderverdeling tussen gebruiksoppervlakte wonen en gebruiksoppervlakte overige inpandige ruimte dan zou dit betekenen dat alle woningen inpandig moeten worden opgenomen. Je moet dan bijvoorbeeld vaststellen of de zolder al dan niet aangemerkt mag worden als woonruimte.

Het onderscheid tussen gebruiksoppervlakte wonen en gebruiksoppervlakte overige inpandige ruimte is voor de makelaar/taxateur erg belangrijk. Daarom staat dit onderscheid ook in de meetinstructie. Voor de BAG en De WOZ wordt dit onderscheid niet toegepast.

Er zijn voor de WOZ wel situaties te bedenken waarbij het vanuit waarderingsoogpunt noodzakelijk is om (de oppervlakte van) een bepaalde "overige inpandige ruimte" afzonderlijk in de taxatie te betrekken. Denk bijvoorbeeld aan de oppervlakte van een inpandige garage. In die gevallen wordt deze ruimte als een afzonderlijk WOZ-deelobject geregistreerd en opgemeten.

Moet er onderscheid gemaakt worden tussen woonruimte en een zolder met een vlizotrap bij de WOZ?

Dit is niet verplicht binnen de WOZ.

Er is gekozen voor een verplichting die haalbaar is voor alle 8 miljoen woningen in Nederland.

Indien we zouden kiezen voor een verplicht onderscheid tussen zolder met een vaste trap en zolders met een vlizotrap, dan zou dit betekenen dat alle woningen inpandig moeten worden opgenomen. Dit is naar onze mening een erg kostbare oplossing en moeilijk uitvoerbaar.

Er zijn natuurlijk wel situaties te bedenken waarbij dit vanuit waarderingsoogpunt noodzakelijk is om de beperkte toegankelijkheid en bruikbaarheid van de zolder apart te registreren. Maar dat zijn uitzonderingen en in die situatie zal de zolder als afzonderlijk WOZ-deelobject worden gemeten en geregistreerd.

Welke eisen worden gesteld ten aanzien van de toleranties en de betrouwbaarheid van de gebruiksoppervlakte?

Absoluut verwachten we een nauwkeurigheid van tenminste 5%.

Maar omdat de gebruiksoppervlakte vooral gebruikt wordt om woningen met elkaar te vergelijken, verwachten we dat de onderlinge verschillen nauwkeuriger ingemeten zijn. Daarom verwachten we een relatieve nauwkeurigheid van 3%. Dat betekent dat wanneer in een straat allemaal vergelijkbare woningen staan van circa 100 m², terwijl bij één woning sprake is van een aangebouwde serre, de nauwkeurigheid van het verschil tussen woningen met en zonder serre niet groter mag zijn dan 3 m².

Verder geldt de expliciete eis dat gelijke woningen ook geregistreerd staan met exact dezelfde gebruiksoppervlakte.

Net als bij alle andere objectkenmerken verwachten we dat er periodiek een onderzoek gedaan wordt naar de juistheid van de gebruiksoppervlakten im de WOZ-administratie. Voor deze onderzoeken kan gebruik gemaakt worden van het Beoordelingsprotocol objectkenmerken. Om te bewaken dat de gebruiksoppervlakten voor de WOZ overeenkomen met de gebruiksoppervlakten in de BAG is het Beoordelingsprotocol aansluiting BAG een nuttig hulpmiddel.

Verder verwachten we dat na de overgang naar gebruiksoppervlakte de zorgvuldigheid van het project kan worden aangetoond met bijvoorbeeld het Beoordelingsprotocol overgang gebruiksoppervlakten woningen. Dit beoordelingsprotocol zullen we naar verwachting medio 2019 publiceren.

Moet je voor de WOZ en de BAG onderscheid maken tussen gebruiksoppervlakte wonen en gebruiksoppervlakte overige inpandige ruimte

Nee.

Dit onderscheid wordt wel gemaakt door makelaars in advertenties en in de meetstaat door taxateurs bij taxaties voor hypotheek.

Voor de BAG en de WOZ wordt dit onderscheid niet gemaakt.